Cabots tragopaan

Tragopan caboti

Log in om deze soort toe te voegen

De Cabots tragopaan (synoniem: Cabottragopan) behoort tot het geslacht Tragopan binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).

Deze opvallende vogel leeft in de subtropische en gemengde bossen van zuidoostelijk China, voornamelijk in bergachtige gebieden tussen 600 en 1800 meter hoogte. Hij voedt zich voornamelijk op de grond met planten en kleine ongewervelden. Het is een schuwe soort met een sierlijk paringsritueel en bouwt zijn nest meestal in boomspleten.

Cabots tragopaan
Cabot's Tragopan
Cabottragopan
Tragopan de Cabot

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Tragopan

Ringmaat

Man 14.0 mm Vrouw 14.0 mm

Welzijnsadviezen

Tragopanen

Deze Tragopanensoort is een bosbewonende fazantachtige die gevoelig zijn voor klimaat en huisvesting. Voor het welzijn van tragopanen is een passende leefomgeving wenselijk. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: ruime volière (ca. 20–30 m² per koppel, 2,5 m hoog), beplant met struiken en bomen, met droge en beschutte plekken.
  • Klimaat: redelijk koudetolerant; vorstvrij nachtverblijf in strenge winters; schaduw nodig in warme zomers.
  • Sociaal: houden in paren of kleine groepen; tijdens broedseizoen bij voorkeur koppels afzonderlijk.
  • Voeding: volledig pluimvee- of fazantenvoer, aangevuld met zaden, groenvoer en fruit; extra insecten of ander dierlijk eiwit in de broedperiode.
  • Water: altijd vers drinkwater beschikbaar.
Huisvestingsrichtlijnen Tragopanen

Man:
Het mannetje heeft een felrode kop en nek tijdens het broedseizoen, met blauwe huidflappen rond de ogen en een gele keelplooi die tijdens baltsdisplay opgeblazen kan worden. De borst en rug zijn kastanjebruin met zwarte stippen en strepen, de flanken zijn donkerder met witte vlekken. De vleugels zijn bruin met donkere strepen en de staart is kort en bruin. De snavel is lichtgrijs tot ivoor, de poten grijsachtig. De iris is donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje is veel minder kleurrijk. Het verenkleed is overwegend bruin met fijne donkere strepen en vlekken voor camouflage. De borst en buik zijn lichter beige tot bruin. De snavel is grijs, de poten grijsachtig en de iris donkerbruin.

Juveniel:
Juveniele vogels lijken op het vrouwtje maar zijn matter van kleur en hebben nog geen ontwikkeling van de felgekleurde huidflappen. De snavel en poten zijn grijsachtig, de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met lichtbruin dons met donkere vlekken en strepen op rug en kop voor camouflage in bergbos en struikgewas. De onderzijde is lichter beige. De snavel is klein en grijsachtig, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 186
  • Tijdschrift 214
  • Tijdschrift 252