Californische kuifkwartel

Callipepla californica

Log in om deze soort toe te voegen

De Californische kuifkwartel behoort tot het geslacht Callipepla binnen de familie van Boomkwartels, Tandkwartels (Odontophoridae).

Deze vogelsoort komt voornamelijk voor langs de westkust van de Verenigde Staten en is geïntroduceerd in gebieden zoals British Columbia, Chili en Nieuw-Zeeland. Ze leven vooral in open bossen, struikgewas, valleien en landbouwgebieden. Deze sociale vogel vormt vaak groepen en gebruikt hun opvallende koppen om elkaar te waarschuwen voor roofdieren. Ze eten vooral zaden, bladeren en kleine ongewervelden en vermijden hogergelegen berggebieden.

Californische kuifkwartel
California Quail
Schopfwachtel
Colin de Californie

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Amerikaanse kwartels (Odontophoridae)
Bird Genus
Callipepla

Ringmaat

Man 6.0 mm Vrouw 6.0 mm

Welzijnsadviezen

Boomkwartels en tandkwartels

Boomkwartels en tandkwartels zijn voornamelijk grondbewonende vogels afkomstig uit Midden- en Zuid-Amerika. Ze leven in dichte vegetatie en vragen in de avicultuur om rustige, goed beplante volières met voldoende beschutting en zachte bodembedekking. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: grondgerichte volière (ca. 6–10 m² per paar, 2 m hoog) met zachte bodem (zand, aarde, bladeren) en dichte beplanting; droog nachthok of schuilruimte.
  • Klimaat: gevoelig voor kou en vocht; temperatuur > 10 °C; bij lage temperaturen verwarmd binnenverblijf; goede ventilatie zonder tocht.
  • Sociaal: houden in paren of kleine familiegroepen; tijdens broedseizoen extra ruimte en schuilplekken tegen territoriaal gedrag.
  • Voeding: kwartel- of fazantenvoer met zaden, groenvoer (gras, bladgroen, groenten) en dierlijke eiwitten (insecten, meelwormen); altijd grit, zand en vers water.
  • Overig: droge, goed gedraineerde bodem; rustige, schaduwrijke omgeving; overbezetting vermijden om stress te voorkomen.
Huisvestingsrichtlijnen Boomkwartels en tandkwartels

Man:
De man heeft een opvallende zwarte kuif die naar voren buigt. Zijn kop is blauwgrijs met een witte streep boven de ogen. De borst is blauwachtig met een schubbenpatroon, terwijl de buik kastanjebruin is. De rug en vleugels zijn olijfbruin met lichte randen aan de veren. De snavel is kort en zwart, passend bij de donkere ogen. De poten zijn grijs en stevig gebouwd. De nek is kort en dik, wat een gedrongen uiterlijk geeft.

Vrouw:
De vrouw heeft een minder opvallende kuif, vaak bruinachtig van kleur. Haar kop is overwegend bruin met subtiele witte strepen. De borst is lichtbruin met een fijn schubbenpatroon, minder uitgesproken dan bij de man. De buik is bleker, met een zandkleurige tint. De rug en vleugels zijn bruin met lichtere randen, wat een versleten indruk kan geven. De snavel is donkergrijs en slank. De poten zijn lichter grijs en fijner van structuur.

Juveniel:
Juvenielen hebben een minder ontwikkelde kuif, vaak kort en bruin. Hun verenkleed is overwegend bruin met een vage schubbenpatroon op de borst. De buik is lichtbruin, zonder de kastanjebruine tint van volwassen mannen. De rug en vleugels zijn egaal bruin met lichte randen, wat een versleten uiterlijk geeft. De snavel is grijs en kleiner dan bij volwassenen. De poten zijn bleekgrijs en slank. De ogen zijn donker met een onopvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met zacht, donzig bruin en geel dons. Ze hebben een kleine, rechte grijze snavel.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 238
  • Tijdschrift 276
  • Tijdschrift 290
  • Tijdschrift 295