Vogel
Camposduifje
Camposduifje
Uropelia campestris
Log in om deze soort toe te voegenDe Camposduifje behoort tot het geslacht Uropelia uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze kleine duif komt voor in Bolivia en Brazilië, waar hij zich voornamelijk ophoudt in droge, laag begroeide gebieden met open plekken en enkele struiken. Hij voedt zich op de grond, is schuw en beweegt zich rustig door zijn leefgebied. De soort brengt één tot twee broedsels per jaar groot in eenvoudige nesten tussen lage vegetatie.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Uropelia
Ringmaat
Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Welzijnsadviezen
Duiven
Voor een optimaal welzijn van duiven is de inrichting van een passende leefomgeving noodzakelijk. De centrale aandachtspunten voor een verantwoorde verzorging en huisvesting betreffen de beschikbare ruimte, de nutritionele behoeften en het faciliteren van natuurlijk sociaal gedrag.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–8 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Sommige soorten hebben baat bij een vorstvrij of verwarmt verblijf.
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor vruchtenetende duiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor mineralen, grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een kleine, sierlijke duif van circa 16-18 cm lengte. Het verenkleed is overwegend zandkleurig tot lichtbruin, goed gecamoufleerd in droge en open habitats. De kop en borst zijn lichter grijsbruin, vaak met een zachte roze- of beigezweem op de borst. De rug en vleugels zijn iets donkerder en tonen meerdere smalle, donkere dwarsbanden die een opvallend patroon vormen. De buik is vuilwit tot crèmekleurig. De staart is relatief lang en trapvormig, met donkere middelste pennen en lichtere buitenste. De snavel is donkergrijs, de poten roodachtig en de iris bruin tot oranjerood, vaak met een smalle, bleke oogring.
Vrouw:
Het vrouwtje is gemiddeld iets kleiner en matter van kleur. De borstzweem is minder uitgesproken en de vleugelbanden zijn vaak subtieler. De iris is eerder bruin dan oranjerood.
Juveniel:
Juvenielen zijn doffer en meer uniform bruin. De vleugelbanden zijn minder scherp afgetekend en de borst heeft geen roze tint. Lichtere veerranden op rug en vleugels geven een geschubd patroon. De snavel is grauw, de poten valer rood en de iris donkerbruin.
Kuiken:
De kuikens zijn nestblijvers en worden geboren met een dun dons in grijs- tot bruintinten. De snavel is relatief klein en donker, de poten vleeskleurig en de ogen gesloten bij uitkomst. In de eerste weken worden ze gevoed met 'duivenmelk' en ontwikkelen daarna het bruinige juveniele kleed met al snel zichtbare dwarsbandjes.