Caribische griel

Hesperoburhinus bistriatus

Log in om deze soort toe te voegen

De Caribische griel behoort tot het geslacht Hesperoburhinus binnen de familie van Grielen (Burhinidae).

Deze vogel komt voor van zuidelijk Mexico tot noordelijk Brazili� en op het eiland Hispaniola. Hij leeft in open landschappen zoals savannes en droge bossen. Het is een nachtdier dat vooral �s avonds en �s nachts jaagt op insecten, kleine reptielen en andere ongewervelden. Overdag blijft hij vaak onopvallend verborgen.

Caribische griel
Double-striped Thick-knee
Dominikanertriel
Oedicn�me bistri�

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Grielen (Burhinidae)
Bird Genus
Hesperoburhinus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Grielen

Grielen zijn middelgrote, nachtactieve steltlopers die leven in droge, open landschappen met zandige bodems en lage vegetatie. In de avicultuur hebben ze behoefte aan ruime, overzichtelijke verblijven met droog substraat, beschutting en een rustige omgeving. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: Ruim, droog buitenverblijf met zand- of grindbodem (30–40 m² per paar); enkele lage grassen, kruiden en stenen als dekking; open terrein met goed zicht; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog, tochtvrij en warmer dan 10 °C.
  • Klimaat: Afkomstig uit warme, droge gebieden; temperatuur boven 10 °C; bij < 5 °C verwarmd binnenhok (10–15 °C); lage luchtvochtigheid en goede ventilatie; bescherming tegen regen en koude.
  • Sociaal: Te houden in paren of kleine familiegroepen; tijdens broedperiode territoriaal — daarom per koppel afzonderlijk; rustige, prikkelarme omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
  • Voeding:  Insectenrijk dieet met krekels, meelwormen, sprinkhanen en kevers; aanvullen met zachtvoer of universeelvoer en af en toe zaden of bessen; tijdens broedperiode extra dierlijk eiwit; altijd vers drinkwater in lage bak.
  • Overig:  Droge, goed drainerende bodem; dagelijks reinigen van voer- en drinkbakken; open zandzones voor nestkuiltjes; kuikens zijn nestvlieders; rustige ligging aanbevolen — nachtelijke roep kan luid zijn.
Huisvestingsrichtlijnen Grielen

Man:
De man heeft een overwegend grijsbruin verenkleed met een lichte glans op de vleugels. De kop is donkerder met een subtiele zwarte streep boven de ogen. De borst is lichter van kleur, met een geleidelijke overgang naar de buik. De vleugels tonen een lichte bandering, vooral zichtbaar bij gespreide vleugels. De snavel is kort en stevig, met een donkere kleur en een lichte wasachtige basis. De poten zijn grijs met een gladde textuur. De iris is donkerbruin, omringd door een dunne, lichte oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een matter verenkleed dan de man, met minder glans op de vleugels. De kop is iets lichter, met een minder uitgesproken streep boven de ogen. De borst en buik zijn egaal lichtbruin, zonder duidelijke overgang. De vleugels hebben een subtiele bandering, minder contrasterend dan bij de man. De snavel is iets slanker en lichter van kleur, met een minder opvallende was. De poten zijn lichtgrijs en hebben een iets ruwere textuur. De iris is donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een meer uniforme bruine tint over het hele lichaam. De kop is minder contrastrijk, zonder duidelijke streep boven de ogen. De borst en buik zijn egaal bruin, met een lichte vlekkerigheid. De vleugels vertonen een onregelmatige bandering, minder uitgesproken dan bij volwassenen. De snavel is kort en bleek, met een nauwelijks zichtbare was. De poten zijn lichtgrijs en hebben een gladde textuur. De iris is donkerbruin, zonder zichtbare oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed in een uniforme lichtbruine kleur. De snavel en poten zijn bleek en nog niet volledig ontwikkeld.