Vogel
Celebesgrondduif
Celebesgrondduif
Gallicolumba tristigmata
Log in om deze soort toe te voegenDe Celebesgrondduif behoort tot het geslacht Gallicolumba uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze endemische duif leeft in de primaire regenwouden van Sulawesi en kent drie ondersoorten die zich over het eiland verspreiden. Als terrestrische vogel voedt hij zich vooral met zaden en gevallen vruchten. Zijn gedrag is schuw en hij brengt het grootste deel van de tijd op de grond door, waar hij een enkele witte ei legt.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Gallicolumba
Ringmaat
Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een middelgrote, stevig gebouwde duif van circa 30-32 cm lengte. De kop en nek zijn grijsachtig tot leigrijs, met een lichte keel. De borst is diep kastanjebruin tot purperachtig rood, scherp contrasterend met de vuilwitte tot lichtgrijze buik. Opvallend zijn de drie donkere vlekken op de zijborst of schouderzone, waaraan de soort haar naam ontleent. De rug en vleugels zijn donkerbruin met een bronzen tot groenige irisatie op de dekveren. De staart is middellang en afgerond, donkerbruin met lichtere buitenste pennen. De snavel is zwart, de poten zijn rood tot karmijnrood en de iris oranjerood, vaak met een smalle bleke oogring.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, maar is gemiddeld iets kleiner en matter van kleur. De kastanjebruine borst is valer en de drie donkere vlekken zijn soms minder scherp afgetekend. De iris is meer oranjebruin dan fel rood.
Juveniel:
Juvenielen zijn donkerder en meer egaal bruin, zonder duidelijke contrasterende borstkleuring. De buik is vuilwit tot lichtgrijs. De veren op rug en vleugels vertonen lichtere randjes, waardoor een geschubd patroon ontstaat. De drie donkere vlekken zijn nog niet ontwikkeld. De snavel is donkergrijs, de poten zijn valer rood en de iris donkerbruin.
Kuiken:
De kuikens zijn nestblijvers en komen uit met een dun, grijsbruin dons. De snavel is relatief fors en donker, de poten vleeskleurig en de ogen gesloten bij uitkomst. In de eerste levensweken worden ze gevoed met 'duivenmelk' en ontwikkelen daarna het bruinige juveniele kleed.