Chinese bamboepatrijs

Bambusicola thoracicus

Log in om deze soort toe te voegen

De Chinese bamboepatrijs behoort tot het geslacht Bambusicola binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).

De Chinese bamboepatrijs is een vogel uit de familie van de fazantachtigen en komt voor in het zuiden van China en op Taiwan. De soort leeft in bamboestruiken, heuvels en bossen. Het gedrag van deze vogel kenmerkt zich doordat het vaak tussen het sub-canopy en de bosvloer beweegt, waarbij het gebruikmaakt van goed ontwikkelde vliegveren voor duurzame vluchten.

Chinese bamboepatrijs
Chinese Bamboo-Partridge
Chinesisches Bambushuhn
Bambusicole de Chine

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Bambusicola

Ringmaat

Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mm

Welzijnsadviezen

Hoenderachtigen

Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, hokko’s en ruigpoothoenders. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Ze vragen om ruime, veilige en goed ingerichte verblijven met aandacht voor beschutting en afzondering, sociaal gedrag en een natuurlijke bodembedekking. De volgende hoofdpunten worden door Aviornis als welzijnsadviezen aanbevolen.

  • Huisvesting: ruime volière (4–18 m² per paar, minimaal 1,80m hoog) voorzien van struiken / bomen / lage vegetatie en/of andere elementen om zich achter terug te trekken.
  • Klimaat: de meeste soorten zijn winterhard, maar moeten beschikken over een droge en tochtvrije omgeving. Niet winterharde soorten moeten beschikken over een vorstvrij binnenverblijf.
  • Sociaal: houden volgens soort specifieke structuur.
  • Voeding: Fazantenvoer of volledig pluimveevoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen en insecten; altijd vers drinkwater en grit.
  • Overig: een droge, goed doorlatende bodem; geschikte bodembedekking; visuele afscheiding tussen koppels; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Huisvestingsrichtlijnen Hoenderachtigen

Man:
Het mannetje heeft een overwegend bruin verenkleed met fijn gespikkelde donkere strepen over rug, vleugels en borst. De borst is lichtbruin tot beige met subtiele streping, de flanken zijn iets donkerder met strepen en vlekken. De kop is bruin met een lichte wenkbrauwstreep en een dunne donkere oogstreep. De snavel is grijsachtig tot donkerbruin, de poten bruinachtig en de iris donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje maar is iets matter van kleur en minder contrastrijk gestreept. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juveniele vogels lijken op het vrouwtje maar zijn doffer bruin van kleur met minder uitgesproken strepen op rug, borst en flanken. De snavel is lichtgrijs, de poten grijsachtig bruin en de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met lichtbruin dons met subtiele donkere vlekken en strepen op rug en kop voor camouflage in bamboebossen en struikvegetatie. De onderzijde is lichter beige. De snavel is klein en grijsachtig, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 287
  • Tijdschrift 245
  • Tijdschrift 216
  • Tijdschrift 195