Vogel
Chinese dwergkwartel
Chinese dwergkwartel
Synoicus chinensis
Log in om deze soort toe te voegenDe Chinese dwergkwartel behoort tot het geslacht Synoicus binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).
Deze kleine grondvogel komt voor in Zuid-China, Zuid- en Zuidoost-Azië tot en met Zuidoost-Australië. Ze leeft in graslanden en dicht begroeide habitats. De vogel is omnivoor, eet zaden, insecten en bladeren, en is vaak schuw, bewegend in kleine groepjes. Bij bedreiging vlucht ze snel met korte vluchten naar dekking.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Synoicus
Ringmaat
Man 4.0 mm Vrouw 4.0 mmWelzijnsadviezen
Hoenderachtigen
Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, hokko’s en ruigpoothoenders. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Ze vragen om ruime, veilige en goed ingerichte verblijven met aandacht voor beschutting en afzondering, sociaal gedrag en een natuurlijke bodembedekking. De volgende hoofdpunten worden door Aviornis als welzijnsadviezen aanbevolen.
- Huisvesting: ruime volière (4–18 m² per paar, minimaal 1,80m hoog) voorzien van struiken / bomen / lage vegetatie en/of andere elementen om zich achter terug te trekken.
- Klimaat: de meeste soorten zijn winterhard, maar moeten beschikken over een droge en tochtvrije omgeving. Niet winterharde soorten moeten beschikken over een vorstvrij binnenverblijf.
- Sociaal: houden volgens soort specifieke structuur.
- Voeding: Fazantenvoer of volledig pluimveevoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen en insecten; altijd vers drinkwater en grit.
- Overig: een droge, goed doorlatende bodem; geschikte bodembedekking; visuele afscheiding tussen koppels; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Man:
Het mannetje is een van de kleinste kwartelachtigen, slechts 14-16 cm lang. Het meest opvallende kenmerk is de helderblauwe borst en keel, afgegrensd door een zwarte band die contrasterend overgaat in de witte buik. De kop is bruin met een lichte wenkbrauwstreep en een donkere oogstreep. Rug en vleugels zijn bruin met zwarte lengtestrepen en lichtere randen, wat een sterk gecamoufleerd patroon geeft. De staart is kort en bruin. De snavel is zwart, de poten zijn oranje tot vleeskleurig, en de iris is donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is duidelijk anders gekleurd en mist de blauwe borst. Haar verenkleed is overwegend warmbruin tot kastanjebruin, fijn gebandeerd en gevlekt met zwart en beige, waardoor ze uitstekend gecamoufleerd is. De keel en borst zijn lichtbruin tot beige, de buik vuilwit. De snavel is grijsbruin, de poten vleeskleurig tot oranjeachtig, en de iris is bruin.
Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op het vrouwtje, maar zijn egaler zandbruin en minder contrastrijk. De borst en buik zijn lichtbruin tot beige zonder uitgesproken tekening. Rug en vleugels zijn zandkleurig met lichtere randen. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig, en de iris zeer donker. Jonge hanen ontwikkelen tijdens de eerste rui de blauwe borst en de zwarte omlijsting.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht geelbruin dons met donkere lengtestrepen over rug en kop, ideaal voor camouflage in grasrijke leefgebieden. De onderzijde is bleekgeel tot crème. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig, en de iris zwartbruin. Het volwassen geslachtsverschil wordt pas zichtbaar na de eerste rui.