Vogel
Chinese frankolijn
Chinese frankolijn
Francolinus pintadeanus
Log in om deze soort toe te voegenDe Chinese frankolijn behoort tot het geslacht Francolinus binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).
De Chinese frankolijn is een vogelsoort uit de familie fazantachtigen. Deze vogels zijn te vinden in Zuidoost-Azi�, met name in landen zoals China, India, en Thailand. Ze bewonen subtropische en tropische droge en vochtige bossen. Wat betreft hun ecologie en gedrag, zijn het sociale vogels die vaak in groepen leven en een afhankelijke levensstijl hebben van hun habitat voor voedsel en beschutting.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Francolinus
Ringmaat
Man 9.0 mm Vrouw 9.0 mmWelzijnsadviezen
Hoenderachtigen
Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, korhoenders, kwartels en patrijzen. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Voor het welzijn van hoenderachtigen is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: ruime volière (15–25 m² per koppel, 2–2,5 m hoog) met gras, struiken of lage vegetatie; zitstokken of takken voorzien; droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
- Klimaat: de meeste soorten winterhard; bescherming tegen regen, wind en vorst; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; schaduw nodig in de zomer.
- Sociaal: houden volgens soortspecifieke structuur – kwartels/patrijzen in paren of groepen, fazanten in harems, pauwen in groepen met afstand tussen hanen; tijdens broedperiode apart huisvesten.
- Voeding: volledig pluimvee- of fazantenvoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit en insecten; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water en grit.
- Overig: droge, goed gedraineerde bodem; visuele afscheiding tussen hanen; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Man:
Het mannetje heeft een overwegend bruin verenkleed op rug en vleugels met fijne donkere strepen en lichte vlekken. De borst is kastanjebruin met donkere streping, de buik lichter beige tot wit. De flanken zijn donkerder met fijne strepen. De kop is bruin met een lichte wenkbrauwstreep en een donkere oogstreep. De snavel is grijsachtig tot bruin, de poten bruinachtig en de iris donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is iets matter van kleur dan het mannetje en minder contrastrijk gestreept op flanken en borst. Het verenkleed is overwegend bruin met subtiele vlekken en strepen voor camouflage. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juveniele vogels lijken op het vrouwtje maar zijn doffer bruin van kleur en vertonen minder uitgesproken strepen en vlekken. De snavel is lichtgrijs, de poten grijsachtig bruin en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met lichtbruin dons met donkere vlekken en strepen op rug en kop, wat camouflage biedt in gras- en bosrijke habitats. De onderzijde is lichter beige. De snavel is klein en grijsachtig, de poten vleeskleurig en de iris donker.