Vogel
Chinese kraanvogel
Chinese kraanvogel
Grus japonensis
Log in om deze soort toe te voegenDe Chinese kraanvogel (Synoniem: Japanse kraanvogel/ Mantsjoerijse kraanvogel) behoort tot het geslacht Grus uit de familie van Kraanvogels (Gruidae).
Deze majestueuze vogel is inheems in Oost-Azi� en is een van de grootste kraanvogels. Hij leeft voornamelijk in moerassen met diep water en soms in landbouwgebieden. De vogel migreert van Siberi� en Noordoost-China naar de Koreaanse schiereiland, maar er is ook een standvogelpopulatie op Hokkaido. De vogels zijn omnivoor en voeden zich voornamelijk met kleine waterdieren en planten.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Kraanvogelachtigen (Gruiformes)
- Bird Family
- Kraanvogels (Gruidae)
- Bird Genus
- Grus
Ringmaat
Man 22.0 mm Vrouw 22.0 mmWelzijnsadviezen
Kraanvogels
Het welzijn van deze soort vraagt om zorgvuldige aandacht voor leefomgeving en huisvesting.
Om de kraanvogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste aanbevolen richtlijnen.
- Voeding: variatie van planten, granen, dierlijke eiwitten of pellets.
- Sociaal: paren in broedseizoen, groepen buiten seizoen.
- Leefruimte: buitenverblijf met gras, beschutting en water.
- Klimaat: winterharde soorten buiten; subtropisch verwarmd; andere vorstvrij.
- Ruimte: grote soorten ± 200-300 m², kleine soorten ± 100-150 m², subtropische soorten ± 10 m² binnen.
Man:
Het mannetje heeft een overwegend wit verenkleed over het gehele lichaam, met zwarte vleugels en staartveren. De kop is grotendeels wit met een opvallende, kale rode kruin boven de ogen. De nek is wit met een lichte zwarte schouderstreek die doorloopt op de rug. De snavel is lang, recht en grijs tot hoornkleurig. De poten zijn donkergrijs tot zwart en lang, geschikt om in moerassige gebieden te waden. De iris is donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje en vertoont hetzelfde wit-zwart verenkleed en de karakteristieke rode kale kruin. Ze is meestal iets kleiner en de snavel kan iets slanker zijn. De poten en iris zijn identiek aan die van het mannetje.
Juveniel:
Jonge vogels lijken op de volwassenen, maar het witte verenkleed is matter en vuilgrijs. De rode kruin ontbreekt of is slechts licht ontwikkeld. De snavel is korter en grijzer, de poten grijzer en de iris bruinachtig.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, grijsbruin dons met lichtere vlekken op de bovenzijde voor camouflage. De onderzijde is lichter, bijna beige. De snavel is kort en grijs, de poten grijsgroen en de iris donkerbruin. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen snavel, poten en volwassen wit-zwart verenkleed zich volledig en verschijnt de karakteristieke rode kale kruin.