Coromandelkwartel

Coturnix coromandelica

Log in om deze soort toe te voegen

De Coromandelkwartel behoort tot het geslacht Coturnix binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).

De regenkwartel is een kleine, schuwe vogel die voorkomt in het Indische subcontinent en Zuidoost-Azië, waaronder Pakistan, India, Sri Lanka en Myanmar. Ze bewonen voornamelijk graslanden, akkers en scrublands. Deze vogels zijn terrestrisch en voeden zich met zaden en kleine invertebraten. Het broedseizoen piekt met het begin van de moesson in juni.

Coromandelkwartel
Rain Quail
Regenwachtel
Caille de pluie

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Coturnix

Ringmaat

Man 4.5 mm Vrouw 4.5 mm

Welzijnsadviezen

Hoenderachtigen

Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, hokko’s en ruigpoothoenders. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Ze vragen om ruime, veilige en goed ingerichte verblijven met aandacht voor beschutting en afzondering, sociaal gedrag en een natuurlijke bodembedekking. De volgende hoofdpunten worden door Aviornis als welzijnsadviezen aanbevolen.

  • Huisvesting: ruime volière (4–18 m² per paar, minimaal 1,80m hoog) voorzien van struiken / bomen / lage vegetatie en/of andere elementen om zich achter terug te trekken.
  • Klimaat: de meeste soorten zijn winterhard, maar moeten beschikken over een droge en tochtvrije omgeving. Niet winterharde soorten moeten beschikken over een vorstvrij binnenverblijf.
  • Sociaal: houden volgens soort specifieke structuur.
  • Voeding: Fazantenvoer of volledig pluimveevoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen en insecten; altijd vers drinkwater en grit.
  • Overig: een droge, goed doorlatende bodem; geschikte bodembedekking; visuele afscheiding tussen koppels; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Huisvestingsrichtlijnen Hoenderachtigen

Man:
Het mannetje heeft een overwegend bruin verenkleed met fijne donkere strepen over rug en vleugels. De borst is lichtbruin tot beige met subtiele donkere streping, de buik lichter beige tot wit. De kop is bruin met een lichte wenkbrauwstreep en een donkere oogstreep. De snavel is grijsachtig tot bruin, de poten grijsachtig en de iris donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt op het mannetje maar is iets matter van kleur en minder contrastrijk gestreept. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juveniele vogels lijken op het vrouwtje maar zijn matter van kleur en vertonen minder duidelijke strepen en vlekken. De snavel is lichtgrijs, de poten grijsachtig en de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met lichtbruin dons met subtiele donkere vlekken en strepen op rug en kop voor camouflage in grasland en struikvegetatie. De onderzijde is lichter beige. De snavel is klein en grijsachtig, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 300