Vogel
Costaricaanse grondduif
Costaricaanse grondduif
Geotrygon costaricensis
Log in om deze soort toe te voegenDe Costaricaanse grondduif behoort tot het geslacht Geotrygon uit de familie van duiven (Columbidae)
.Deze wandelende vogel komt voor in bergachtige bossen van Costa Rica en Panama, waar hij vooral op de bosbodem te vinden is. Hij voedt zich met zaden en kleine ongewervelden, is schuw en beweegt zich vaak stilletjes voort tussen bladeren en struiken.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Geotrygon
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een middelgrote, gedrongen duif van circa 26�28 cm lengte. De kop en nek zijn grijsachtig, met een lichte keel die scherp contrasteert met de diep kastanjebruine borst. De rug en vleugels zijn donker olijfbruin tot kastanjebruin, soms met een subtiele groen- of bronsglans op de dekveren. De buik en onderstaart zijn vuilwit tot lichtgrijs. De staart is middellang, afgerond, donkergrijs met lichtere buitenste pennen. Rond het oog bevindt zich een opvallende kale huidring die rood tot oranjerood gekleurd is. De snavel is zwart, de poten rood en de iris oranjerood.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, maar is gemiddeld iets kleiner en matter van kleur. De kastanjebruine borst is doffer en de oogring is minder fel gekleurd. De rest van de tekening komt sterk overeen.
Juveniel:
Juveniele vogels zijn donkerder en meer egaal bruin. De borst is grijsbruin in plaats van kastanjebruin en de buik vuiler wit. De rug en vleugels tonen lichtere veerranden, waardoor een geschubd patroon ontstaat. De oogring is nauwelijks zichtbaar en grijzig, de snavel is donkergrijs, de poten zijn bleker rood en de iris donkerbruin.
Kuiken:
De kuikens zijn nestblijvers en worden geboren met een dun, grijsbruin dons. De snavel is donker en relatief fors, de poten zijn vleeskleurig en de ogen gesloten bij uitkomst. In de eerste levensdagen worden ze gevoed met �duivenmelk�, waarna ze hun bruinige juveniele verenkleed ontwikkelen.