Vogel
Cubaanse Todie
Cubaanse Todie
Todus multicolor
Log in om deze soort toe te voegenDe Cubaanse Todie behoort tot het geslacht Todus binnen de familie van Struisvogels (Todidae).
Deze kleurige vogel leeft uitsluitend in de bosranden van Cuba, waar hij zich voedt met insecten. Hij broedt in holen en staat bekend om zijn levendige gedrag en snelle bewegingen binnen zijn natuurlijke habitat.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Scharrelaars (Coraciiformes)
- Bird Family
- Todies (Todidae)
- Bird Genus
- Todus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Todies
Todies zijn zeer kleine, felgekleurde insectenetende vogels uit de tropische bossen van het Caribisch gebied. Ze leven solitair of in paren en broeden in zelfgegraven tunnels in zandige oevers. In de avicultuur vragen Todies om warme, vochtige en dichtbeplante verblijven met een continue beschikbaarheid van klein levend voer. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: dichtbeplant buitenverblijf (10–15 m² per koppel); verticale zandwand of nesttunnel aanwezig; binnenverblijf ± 1–1,5 m² per vogel, warm en tochtvrij.
- Klimaat: tropisch; temperatuur 22–30 °C; bij < 18 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 70–90%; regelmatige neveling.
- Sociaal: te houden per koppel; territoriaal tijdens broedperiode; rustige, prikkelarme omgeving noodzakelijk.
- Voeding: kleine levende insecten (fruitvliegen, bladluizen, mini-krekels); meerdere voerbeurten per dag; altijd vers water beschikbaar.
- Overig: stressgevoelig; dagelijkse hygiëne essentieel; broedtunnel in zandwand of kunstmatige nestkast; goede ventilatie bij hoge luchtvochtigheid.
Man:
De man heeft een felgroene rug met een lichte glans. De kop is helder rood, contrasterend met de groene nek. De borst is wit met een subtiele roze tint. De buik is lichtgroen, wat overgaat in een bleke onderstaart. De vleugels zijn donkergroen met lichte randen. De snavel is recht en oranje met een donkere punt. De poten zijn grijs met een gladde textuur.
Vrouw:
De vrouw heeft een iets doffere groene rug dan de man. De kop is minder fel rood, met een zachtere overgang naar de nek. De borst is wit met een minder uitgesproken roze tint. De buik is lichtgroen, vergelijkbaar met de man. De vleugels hebben een matte groene kleur met lichte randen. De snavel is oranje, maar iets korter dan die van de man. De poten zijn grijs en iets robuuster van structuur.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffe groene rug zonder glans. De kop is lichtrood, minder intens dan bij volwassenen. De borst is wit met een vage roze tint. De buik is bleekgroen, met een onopvallende onderstaart. De vleugels zijn groen met versleten randen. De snavel is kort en geelachtig met een donkere punt. De poten zijn lichtgrijs en glad.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag donzige, grijze veren. De snavel is kort en geelachtig.