Vogel
Damarakakelaar
Damarakakelaar
Phoeniculus damarensis
Log in om deze soort toe te voegenDe Damarakakelaar (synoniem: Damarawoudhop) behoort tot het geslacht Phoeniculus binnen de familie van Boomhoppen (Phoeniculidae).
Deze opvallende vogel komt voor in delen van zuidelijk en oostelijk Afrika, met name in Angola, Kenia, Namibië en Tanzania. Hij leeft voornamelijk in droge savannes, struikgewassen en langs rivieren, waar hij vaak te zien is in groepen. De vogel is luidruchtig en actief, voedt zich met insecten en nestelt in uitgeholde bomen. Door zijn kleurrijke veren en karakteristieke roep is hij makkelijk te herkennen in zijn natuurlijke omgeving.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Neushoornvogels (Bucerotiformes)
- Bird Family
- Boomhoppen (Phoeniculidae)
- Bird Genus
- Phoeniculus
Ringmaat
Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Welzijnsadviezen
Boomhoppen
Boomhoppen zijn sociale, insectenetende vogels afkomstig uit Afrika, die leven in open bosgebieden en savannes. In de avicultuur hebben ze behoefte aan ruime volières met veel zit- en klimgelegenheden, beschutting en een warm, droog klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (8–12 m² per koppel, 2–3 m hoog) met takken, klimplanten en beschutting; droog, tochtvrij binnenverblijf aanwezig.
- Klimaat: warm en droog; temperatuur boven 18 °C; bij kou verwarming noodzakelijk; luchtvochtigheid 50–60%.
- Sociaal: leven in kleine familiegroepen; groepshuisvesting mogelijk bij voldoende ruimte; koppels apart tijdens broedperiode.
- Voeding: insectenrijk dieet (meelwormen, krekels, sprinkhanen, larven); aanvullen met fruit (bessen, banaan, appel); vers drink- en badwater.
- Overig: zand- of aardebodem voor natuurlijk foerageren; veilige nestkasten of holtes; rustige omgeving met natuurlijke inrichting.
Man:
De man heeft een glanzend zwart verenkleed met een groene metaalachtige glans. De kop en nek zijn iets donkerder dan de rest van het lichaam. De vleugels vertonen een subtiele blauwe tint, vooral zichtbaar in direct zonlicht. De staartveren zijn lang en hebben een iriserende paarse glans. De snavel is lang, gebogen en zwart van kleur. De poten zijn donkergrijs met een gladde textuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder glans. De groene metaalachtige tint is minder uitgesproken, vooral op de vleugels. De staart is iets korter en mist de paarse glans. De snavel is eveneens gebogen, maar iets korter en dunner dan die van de man. De poten zijn donkergrijs, met een iets ruwere structuur. De iris is donkerbruin, met een subtiele lichtere oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een matte zwarte kleur. De groene glans ontbreekt, waardoor ze minder opvallend zijn. De vleugels en staart zijn korter en hebben een bruine tint. De snavel is korter en lichter van kleur, vaak met een geelachtige basis. De poten zijn lichter grijs en hebben een ruwe textuur. De iris is donkerbruin, zonder duidelijke oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag grijs dons. De snavel is kort en lichtgeel van kleur.