Vogel
Darwins tinamoe
Darwins tinamoe
Nothura darwinii
Log in om deze soort toe te voegenDe Darwins tinamoe behoort tot het geslacht Nothura binnen de familie van Tinamoes (Tinamidae).
Deze vogel, vernoemd naar Charles Darwin, is een typische bewoner van de hoge grasslanden in het zuidelijke gedeelte van de Andes in Zuid-Amerika. Ze worden voornamelijk gevonden in aride gebieden met verspreide struiken en spaarzame vegetatie, vooral in Argentini�, Bolivia en soms in Chili. Deze vogels zijn niet sterk vliegkundig, maar kunnen vliegen. Ze zijn solitaire dieren en hebben de neiging om in de grond te schuilen wanneer ze zich bedreigd voelen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Stuithoenders (Tinamiformes)
- Bird Family
- Tinamoes (Tinamidae)
- Bird Genus
- Nothura
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Tinamoes
Tinamoes zijn schuwe, grondbewonende vogels uit Midden- en Zuid-Amerika die leven in bossen, savannes en struikgebieden. Ze foerageren op de bodem en vertrouwen sterk op camouflage en beschutting. In de avicultuur vragen Tinamoes om rustige, dichtbeplante verblijven met zachte bodems en minimale verstoring. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: laag ingericht buitenverblijf met dichte begroeiing (20–30 m² per koppel); bodem van bosgrond of humus; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en rustig.
- Klimaat: subtropisch/tropisch; temperatuur 18–28 °C; bij < 15 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; bescherming tegen wind en zon.
- Sociaal: solitair of per koppel; stressgevoelig; rustige omgeving en visuele dekking essentieel.
- Voeding: zaden, fruit, groenvoer en insecten; wildzaadmengsel en universeelvoer; voer op de grond aanbieden; altijd schoon water beschikbaar.
- Overig: dichte schuilplekken noodzakelijk; broednest op de grond tussen vegetatie; dagelijkse hygiëne en rustige ligging bevorderen welzijn.
Man:
De man heeft een overwegend bruin verenkleed met fijne zwarte strepen op de rug. De borst is lichter van kleur met een subtiele beige tint. De vleugels vertonen een patroon van donkere en lichte banden. De kop is donkerder met een lichte wenkbrauwstreep. De snavel is kort en grijsachtig van kleur. De poten zijn geelachtig en slank. De ogen hebben een donkere iris met een lichte oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder uitgesproken strepen. De borst is iets bleker en egaler van kleur. De vleugels hebben een subtieler bandpatroon. De kop is minder contrastrijk, met een vage wenkbrauwstreep. De snavel is iets langer en dunner dan die van de man. De poten zijn eveneens geelachtig, maar iets robuuster. De ogen hebben een vergelijkbare iris en oogring als de man.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met minder duidelijke strepen en banden. De borst is vaalbruin en mist de volwassen glans. De vleugels zijn minder contrastrijk en hebben een versleten uiterlijk. De kop is egaler van kleur zonder duidelijke wenkbrauwstreep. De snavel is kort en bleek van kleur. De poten zijn lichtgeel en nog niet volledig ontwikkeld. De ogen hebben een donkere iris met een onopvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat lichtbruin van kleur is. De poten zijn bleekgeel en nog niet volledig ontwikkeld.