Dolksteekduif

Gallicolumba luzonica

Log in om deze soort toe te voegen

De Dolksteekduif behoort tot het geslacht Gallicolumba uit de familie van duiven (Columbidae)

.

Deze opvallende duif komt alleen voor op de centrale en zuidelijke delen van het Filipijnse eiland Luzon, en de nabijgelegen eilanden Polillo en Catanduanes, waar hij leeft in tropisch laaglandbos tot op een hoogte van 1400 meter. Hij brengt het grootste deel van zijn tijd door op de bosbodem, waar hij voedt en zich verstopt in dichte ondergroei om aan predatoren te ontsnappen. De soort is opvallend door zijn witte borst met een opvallende rode vlek die wel iets wegheeft van een bloedende wond. Zijn bestaan wordt bedreigd door habitatverlies en fragmentatie, waardoor de populaties in het wild steeds schaarser en kwetsbaarder worden.

Dolksteekduif
Luzon Bleeding-heart
Dolchstichtaube
Gallicolombe poignardée

Taxonomische indeling

Bird Order
Duiven (Columbiformes)
Bird Family
Duiven (Columbidae)
Bird Genus
Gallicolumba

Ringmaat

Man 6.0 mm Vrouw 6.0 mm

Welzijnsadviezen

Duiven

Voor een optimaal welzijn van duiven is de inrichting van een passende leefomgeving noodzakelijk. De centrale aandachtspunten voor een verantwoorde verzorging en huisvesting betreffen de beschikbare ruimte, de nutritionele behoeften en het faciliteren van natuurlijk sociaal gedrag.

  • Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–8 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
  • Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Sommige soorten hebben baat bij een vorstvrij of verwarmt verblijf.
  • Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
  • Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
  • Voeding: kies voor zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor vruchtenetende duiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor mineralen, grit en vers drinkwater.
Huisvestingsrichtlijnen Duiven

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Deze vogelsoort wordt wereldwijd beschouwd als een (bijna) bedreigde soort in het oorspronkelijke leefgebied, of de handel in deze soort kan hiertoe leiden. 
Deze soort staat daarom op Bijlage B van de Europese Verordening en CITES appendix II. 

Binnen de avicultuur (in volière-milieu) mag deze soort alleen worden gehouden, gefokt of verhandeld als de legale herkomst kan worden aangetoond. De lidstaten aangesloten bij het CITES-verdrag (Convention on International Trade in Endangered Species of wild flora and fauna) hebben internationale regels opgesteld die het houden, fokken en verhandelen van deze dieren onder strikte voorwaarden mogelijk maakt. 

In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.

De houder de dient legale herkomst van de vogel aan te tonen:

  • De vogel is voorzien van een uniek merkteken. In het geval van vogels is dit een naadloos gesloten pootring die bij een volwassen vogel niet meer van de poot kan worden verwijderd.
  • Bij elke overdracht dient een herkomstverklaring/ overdrachtsverklaring te worden opgemaakt en ondertekend door de afgevende en ontvangende partij.
  • Let op: bij controle dienen ook gegevens van de ouderdieren én grootouderdieren getoond te kunnen worden.  

Ingelogd als lid? Klik op het > symbool achter de wetgevingnaam voor de volledige tekst. Nog geen lid en benieuwd naar het volledige artikel en meer? Word dan lid van Aviornis!

Man:
Het mannetje heeft een overwegend roodbruin tot kastanjebruin verenkleed op rug en vleugels. De borst is lichtgrijs tot beige met een subtiel rozeachtige tint, terwijl de buik lichter van kleur is. De vleugels vertonen een fijne donkere tekening die het verenkleed een delicate geschubde uitstraling geeft. De kop is bruinachtig, iets lichter dan de rug. De snavel is donkergrijs, de poten roodachtig en de iris donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, maar de kleuren zijn iets matter. De borst heeft minder roze tint en de vleugeltekening is minder contrastrijk. De snavel, poten en iris zijn identiek aan die van het mannetje.

Juveniel:
Jonge vogels hebben een doffer, bruin verenkleed zonder uitgesproken schubpatroon. De borst en buik zijn egaal lichtbruin tot beige. De snavel is grijsachtig, de poten doffer rood en de iris bruinachtig.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, bruin dons met lichtere onderzijde voor camouflage. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donkergrijs. Het volwassen verenkleed ontwikkelt zich geleidelijk, waarbij de fijne vleugeltekening en roze tinten op de borst pas later verschijnen.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 157
  • Tijdschrift 285