Vogel
Dollarvogel
Dollarvogel
Eurystomus orientalis
Log in om deze soort toe te voegenDe Dollarvogel behoort tot het geslacht Eurystomus binnen de familie van Scharrelaars (Coraciidae).
Deze vogel komt voor van Australi� tot Japan en India, met een voorkeur voor open beboste gebieden met uitgeholde bomen voor nestelen. In Australi� trekt hij jaarlijks van noord en oost naar Nieuw-Guinea en nabijgelegen eilanden. Hij voedt zich voornamelijk met vliegende insecten, die hij vangt tijdens korte vluchten vanaf een uitkijkpost. Vaak ziet men hem alleen of in paren, maar tijdens de trek kunnen groepen tot vijftig exemplaren voorkomen. Zijn gedrag is kenmerkend voor open landschappen en hij is actief vooral in de ochtend en avond.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Scharrelaars (Coraciiformes)
- Bird Family
- Scharrelaars (Coraciidae)
- Bird Genus
- Eurystomus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Scharrelaars
Scharrelaars zijn felgekleurde insecteneters uit Afrika en Eurazië. Ze zijn actief, territoriaal en brengen veel tijd door op uitkijkposten. In de avicultuur vragen ze om ruime, goed beplante volières met veel vliegruimte, zitplaatsen en nestgelegenheid. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (10–15 m² per koppel, 2,5–3 m hoog) met open vliegzones, horizontale zitstokken, takken en palen als uitkijkpunten; dichte beplanting voor beschutting; droog, tochtvrij binnenverblijf; nestkast ± 25×25×40 cm met ronde ingang (8–10 cm).
- Klimaat: warmteminnend; temperatuur boven 18 °C; verwarmd binnenverblijf vereist in koude klimaten; goed geventileerd maar tochtvrij; voldoende zonlicht voor welzijn en activiteit.
- Sociaal: leven in paren; tijdens broedperiode territoriaal – per koppel huisvesten; rustige, overzichtelijke omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
- Voeding: insecten (krekels, sprinkhanen, meelwormen) en zachtvoer voor insecteneters; aanvullen met fruit (banaan, vijg, bessen) en incidenteel kleine muizen of kuikens; in kweek extra dierlijk eiwit en vitaminen; altijd vers drink- en badwater.
- Overig: voerplaatsen en zitstokken regelmatig reinigen; nestkasten buiten broedseizoen afsluiten of verwijderen; rust en overzicht bevorderen welzijn en broedsucces.
Man:
De man heeft een glanzend blauwgroen verenkleed met een opvallende iriserende glans. De kop en nek zijn donkerder blauw, wat contrasteert met de lichtere borst. De vleugels zijn diepblauw met een subtiele paarse tint aan de randen. De staart is kort en vierkant, met een lichte blauwe schijn. De snavel is stevig en oranjegeel, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde textuur. De ogen zijn helder met een opvallende gele iris.
Vrouw:
De vrouw heeft een iets doffer verenkleed dan de man, met minder iriserende glans. De kop en nek zijn blauwgroen, maar minder intens dan bij de man. De borst is lichtblauw met een subtiele groene tint. De vleugels zijn donkerblauw met een matte afwerking en lichtere randen. De staart is vergelijkbaar met die van de man, maar met minder glans. De snavel is iets kleiner en lichter van kleur. De poten zijn grijs met een iets ruwere structuur.
Juveniel:
Juvenielen hebben een dofbruin verenkleed met een lichte blauwe tint op de vleugels. De kop en nek zijn minder uitgesproken van kleur, met een vaag blauwgroene schijn. De borst is vaalbruin met een lichte blauwe waas. De vleugels hebben een matte afwerking met onopvallende lichte randen. De staart is kort en bruin met een subtiele blauwe schijn. De snavel is donkergrijs en minder gebogen dan bij volwassenen. De poten zijn lichtgrijs en hebben een gladde textuur.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag donzige, bruine veren. De snavel is klein en lichtgrijs van kleur.