Vogel
Donaldsons toerako
Donaldsons toerako
Menelikornis leucotis donaldsoni
Log in om deze soort toe te voegenDe Donaldsons toerako (Synoniem: Witwangtoerako (donaldsoni)) behoort tot het geslacht Menelikornis uit de familie van Toerako's (Musophagidae).
De witwangtoerako komt voor in het zuiden van Ethiopi�, vooral in droge, bergachtige jeneverbesbossen ten zuiden van de Riftvallei, en in het westen van Somali�. Deze fraaie bosvogel is typerend voor hooglandbosgebieden, waar hij vaak in kleine familiegroepen leeft en zich voedt met fruit, bessen en jonge bladeren. Hij beweegt zich behendig door het gebladerte en is een opvallende verschijning met zijn contrastrijke kleuren. De witwangtoerako is niet zeldzaam in zijn leefgebied en kent een stabiele populatie.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Toerako's (Musophagiformes)
- Bird Family
- Toerako's (Musophagidae)
- Bird Genus
- Menelikornis
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Toerako's
Toerako’s zijn middelgrote, tropische bosvogels afkomstig uit Afrika. Ze brengen veel tijd door in bomen en struiken en vragen in de avicultuur om ruime, groene volières met klimmogelijkheden en beschutting. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (8–12 m² per paar, 2–3 m hoog) met dichte beplanting, klimplanten en takken; droog, tochtvrij binnenverblijf.
- Klimaat: tropische omstandigheden; temperatuur bij voorkeur boven 10–15 °C; in winter verwarmd binnenverblijf; luchtvochtigheid 50–70%.
- Sociaal: houden in paren of kleine familiegroepen; tijdens broedperiode koppels eventueel apart.
- Voeding: zachtvoer voor vruchtenetende vogels; vers fruit, bessen, bladgroen en af en toe insecten; altijd vers drink- en badwater.
- Overig: rustige omgeving met veel verrijking, natuurlijke begroeiing en variatie in zitmogelijkheden.
Wetgeving(en)
EU verordening bijlage B (CITES appendix II)
Deze vogel valt onder bijlage B en wordt niet als direct bedreigd beschouwd, maar staat wel onder bescherming om te voorkomen dat handel de populaties schaadt. In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Mag in avicultuur worden gehouden en gekweekt.
- Handel en overdracht alleen toegestaan met overdrachtsverklaring of registratie.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd aantoonbaar zijn.
- Minder streng dan bijlage A, maar wel documentatieplicht.
Man:
Het mannetje heeft een glanzend zwarte kuif die hoog en rechtop staat. Het verenkleed is overwegend zwart met een metaalgroene glans op rug en vleugels. De vleugeldekveren zijn donker, maar bij uitgespreide vleugels valt de kastanjebruine slagpennenbasis op. Het meest kenmerkend zijn de witte wangen en oorstreek, die scherp contrasteren met de zwarte kop en kuif. De snavel is kort, stevig en zwart. De poten zijn donkergrijs tot zwart. De iris is bruin, omgeven door een rood, naakt stukje huid rond het oog.
Vrouw:
Het vrouwtje is vrijwel gelijk aan het mannetje in verenkleed en kuifvorm. Bij nadere beschouwing is zij doorgaans iets kleiner en heeft een subtiel doffere glans op de rugveren. Snavel, poten en oogkenmerken zijn identiek aan die van het mannetje.
Juveniel:
Jonge vogels lijken sterk op de volwassen dieren, maar zijn doffer zwartbruin in plaats van glanzend zwart. De witte oorvlek is vaak minder scherp afgetekend. De kuif is korter en minder compact. De iris is bruinachtig grijs, en de rode naakte huid rond het oog is nog niet volledig ontwikkeld.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met donkerbruin dons, lichter aan de buikzijde. Het gezicht is uniform donker zonder de contrasterende witte wangvlek die later verschijnt. De snavel en poten zijn grijs, de iris donkerbruin.