Vogel
Draaihals
Draaihals
Jynx torquilla
Log in om deze soort toe te voegenDe Draaihals behoort tot het geslacht Jynx binnen de familie van Spechten (Picidae).
Deze vogel is een karakteristieke vertegenwoordiger van de spechtachtigen. Hij broedt in gematigde delen van Europa en Azi�, waar hij voornamelijk in open landschap, bos en boomgaarden te vinden is. Typerend is zijn vermogen om zijn hoofd bijna 180 graden te draaien, wat hij gebruikt als verdedigingsmechanisme. Deze vogel voedt zich voornamelijk met insecten, vooral mieren, die hij op de grond of in rot hout vindt. Over het algemeen trekt hij naar tropisch Afrika en zuidelijk Azi� om te overwinteren.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Spechtachtigen (Piciformes)
- Bird Family
- Spechten (Picidae)
- Bird Genus
- Jynx
Ringmaat
Man 3.5 mm Vrouw 3.5 mmWelzijnsadviezen
Spechten
Spechten zijn boombewonende insecteneters die een actief en territoriaal gedrag vertonen. In de avicultuur vragen ze om goed beplante volières met veel klimmogelijkheden, natuurlijke stammen en nestgelegenheid om hun natuurlijke gedrag uit te oefenen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (10–15 m² per koppel, ≥ 2,5–3 m hoog) met meerdere boomstammen of dikke takken om in te kloppen en foerageren; zachte houtsoorten zoals wilg of populier geschikt; deels beschutte zones en droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
- Klimaat: bestand tegen gematigde kou; tropische soorten vorstvrij bij >15 °C; goed geventileerd en droog verblijf voorkomt schimmelvorming.
- Sociaal: leven in paren; territoriaal – niet in groepen houden; tijdens broedperiode gevoelig voor verstoring; rust noodzakelijk.
- Voeding: insectenvoer of zachtvoer voor insecteneters; aanvullen met levende insecten (meelwormen, krekels, moriowormen) en boomlarven; af en toe noten, bessen en fruit; in kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers drink- en badwater.
- Overig: nestblokken of uitgeholde stammen (40–60 cm diep) noodzakelijk voor broedgedrag; regelmatig nieuwe takken aanbieden om klopgedrag te stimuleren; rustige, natuurlijke omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een complex verenkleed met een mengeling van grijs, bruin en zwart. De kop is grijsbruin met fijne donkere strepen, die doorlopen naar de nek. De borst is lichtbruin met een subtiele bandering, die naar de buik toe vervaagt. De vleugels zijn donkerder met een moza�ek van bruine en zwarte vlekken. De staart is relatief lang en heeft een duidelijke bandering van donkere en lichte tinten. De snavel is slank, recht en grijsbruin van kleur. De poten zijn lichtgrijs met een fijne schubstructuur.
Vrouw:
De vrouw lijkt sterk op de man, maar heeft een iets doffere kleuring. De kop en nek zijn minder contrastrijk, met een zachtere overgang naar de rug. De borst heeft een fijnere bandering, die minder uitgesproken is dan bij de man. De vleugels vertonen een vergelijkbaar patroon, maar met minder scherpe vlekken. De staart heeft dezelfde bandering, maar de kleuren zijn minder intens. De snavel is vergelijkbaar in vorm en kleur met die van de man. De poten zijn eveneens lichtgrijs, maar iets minder robuust.
Juveniel:
Juvenielen hebben een egaler bruin verenkleed met minder uitgesproken patronen. De kop is uniform bruin met een lichte streep over de ogen. De borst en buik zijn effen met een vage bandering die nauwelijks opvalt. De vleugels zijn donkerder met een subtiele vlekkenpatroon dat minder contrastrijk is. De staart is korter en heeft een minder duidelijke bandering. De snavel is korter en lichter van kleur dan bij volwassen vogels. De poten zijn bleekgrijs en gladder van structuur.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag. De snavel is kort en lichtgekleurd.