Vogel
Drieteenmeeuw
Drieteenmeeuw
Rissa tridactyla
Log in om deze soort toe te voegenDe Drieteenmeeuw behoort tot het geslacht Rissa binnen de familie van Meeuwen (Laridae).
Dit sierlijke zeemeeuwtje van het noordelijk halfrond broedt in grote kolonies op steile kliffen aan kusten van de Noord-Atlantische en Noord-Pacifische Oceaan en de poolgebieden, van Noorwegen tot Japan en Alaska tot Baja California; buiten het broedseizoen leeft deze vogel vrijwel uitsluitend op zee. Het is een echte pelagische soort, die alleen aan land komt om te nestelen, bij voorkeur op ontoegankelijke rotspunten of � in moderne tijden � zelfs op schepen of hoge gebouwen. De soort is sociaal, maar tijdens het broeden vooral luidruchtig door kenmerkende roepen. In de winter dwaalt deze vogel soms ver het binnenland in, maar de meeste keren blijven ze dicht bij kust en open zee, waar ze behendig zeevissen vangen of boven de golven zweven.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Meeuwen (Laridae)
- Bird Genus
- Rissa
Ringmaat
Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mmWelzijnsadviezen
Meeuwen
Meeuwen zijn intelligente en beweeglijke kustvogels die zich in de avicultuur goed aanpassen, mits ze beschikken over voldoende ruimte, water, luchtcirculatie en sociale prikkels. Ze zijn actief, sociaal en nieuwsgierig, waardoor een gevarieerde omgeving essentieel is voor hun welzijn. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf met waterpartij (80–100 m² per paar, 3–4 m hoog); zand-, grind- of grasbodem met open zones en schuilplekken; ondiep bassin met helder water; rust- en nestplaatsen op eilandjes of vlakke daken.
- Klimaat: weerbestendig; jaarrond buiten te houden; bij kou droog, tochtvrij nachthok; bij hitte schaduw en beschutting tegen zon.
- Sociaal: kolonievogels; houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – voldoende ruimte en nestgelegenheid vereist.
- Voeding: vis, garnalen, mosselen en watervogelpellets; aanvullen met insecten of kleine hoeveelheden vlees/eieren; in kweek extra dierlijk eiwit en kalk; altijd schoon drink- en badwater.
- Overig: waterkwaliteit waarborgen door regelmatige verversing of doorstroming; geen scherpe of gladde oppervlakken; rustige, gevarieerde omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een helderwitte kop en nek met een subtiele grijze tint op de rug. De vleugels zijn zilvergrijs met een scherpe zwarte rand aan de uiteinden. De borst en buik zijn zuiver wit, wat contrasteert met de donkere vleugelpunten. De snavel is geel met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn donkergrijs, bijna zwart, met een gladde textuur. De ogen zijn donker met een dunne, onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met iets minder uitgesproken contrasten. De kop en nek zijn wit, met een lichte grijze waas op de rug. De vleugels zijn grijs met een subtiele zwarte rand aan de uiteinden. De borst en buik zijn wit, zonder opvallende markeringen. De snavel is geel, iets korter en rechter dan die van de man. De poten zijn donkergrijs, met een gladde textuur. De ogen zijn donker, met een nauwelijks zichtbare oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een grijsachtige kop met een donkere oogstreep die naar de nek loopt. De rug en vleugels zijn grijs met een lichte bandering, en de vleugelpunten zijn zwart. De borst en buik zijn wit, met een vage grijze tint op de flanken. De snavel is donkergrijs, recht en slank. De poten zijn donkergrijs, met een ruwe textuur. De ogen zijn donker, met een dunne, grijze oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, grijs dons dat geleidelijk witter wordt. De snavel en poten zijn lichtgrijs, met een zachte textuur.