Vogel
Duifzeekoet
Duifzeekoet
Cepphus columba
Log in om deze soort toe te voegenDe Duifzeekoet behoort tot het geslacht Cepphus binnen de familie van Alken (Alcidae).
Deze vogelsoort leeft langs rotsachtige kusten en eilanden in het noordelijke deel van de Grote Oceaan, van Siberi� tot Californi�. Ze broeden in kleine kolonies of paarverbanden op beschutte plekken, vaak in spleten of onder rotsen. Dankzij hun duikvermogen voeden ze zich met vis, schaaldieren en wormen vlak bij de kust. Beide ouders zorgen voor het jong, dat snel leert zwemmen en duiken.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Alken (Alcidae)
- Bird Genus
- Cepphus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Alken
Alken – waaronder soorten als alk, zeekoet en papegaaiduiker – zijn zeevogels die uitstekend aangepast zijn aan een leven in koud water. In de avicultuur hebben zij behoefte aan ruime waterpartijen, koele temperaturen en mogelijkheden om te duiken en nestelen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: verblijf met ca. 50% water en 50% land; waterdiepte 2 m; rotsachtige omgeving met nestholen of nissen.
- Klimaat: koelgematigd; watertemperatuur 5–12 °C; goede ventilatie en koeling in warme periodes.
- Sociaal: groeps- of koloniehuisvesting aanbevolen; tijdens broed voldoende nestplaatsen in holtes of tunnels.
- Voeding: verse of diepgevroren vis (sprot, haring, ansjovis, zandspiering); aanvullen met kleine schaaldieren; supplementen indien nodig.
- Water & hygiëne: schoon zwem- en drinkwater altijd beschikbaar; bassins continu filteren of regelmatig verversen; rustige omgeving met veilige rotsstructuren.
Man:
De man heeft een overwegend zwart verenkleed met een subtiele groene glans. De vleugels zijn zwart met een opvallende witte vlek op de dekveren. De kop en nek zijn egaal zwart, zonder zichtbare markeringen. De borst en buik zijn eveneens zwart, met een lichte glans. De snavel is recht en zwart, met een lichte kromming aan de punt. De poten zijn helder rood, wat contrasteert met het donkere verenkleed. De ogen zijn donker met een dunne, onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar zwart verenkleed als de man, maar met minder glans. De witte vleugelvlek is iets minder uitgesproken dan bij de man. De kop en nek zijn egaal zwart, zonder kleurverschillen. De borst en buik zijn zwart, met een matte uitstraling. De snavel is zwart en recht, met een subtiele kromming. De poten zijn rood, maar iets doffer dan die van de man. De ogen zijn donker, met een nauwelijks zichtbare oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een donkergrijs verenkleed met een minder uitgesproken glans dan volwassen vogels. De vleugels vertonen een vage witte vlek, minder scherp dan bij volwassenen. De kop en nek zijn donkergrijs, met een lichtere tint dan de rest van het lichaam. De borst en buik zijn grijs, met een matte afwerking. De snavel is korter en donkergrijs, met een lichte kromming. De poten zijn grijsachtig, met een rode tint die nog niet volledig ontwikkeld is. De ogen zijn donker, met een onopvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, grijs verenkleed dat hen goed camoufleert. Hun snavel en poten zijn donkergrijs, zonder opvallende kenmerken.