Vogel
Dwergduifje
Dwergduifje
Columbina minuta
Log in om deze soort toe te voegenDe Dwergduifje behoort tot het geslacht Columbina uit de familie van duiven (Columbidae)
.
De kleine grondduif, herkenbaar aan het egale, ongetekende borstverenkleed, is een wijdverspreide vogel in open landschappen van Midden- en Zuid-Amerika, van Mexico tot noordelijk Argentinië, waaronder Colombia, Venezuela en Brazilië. De soort heeft een voorkeur voor savannes, graslanden, akkers, struwelen en licht aangetaste bossen, vaak in droge tot semi-droge regio's, maar soms ook tot 2100 meter in de bergen. Deze duif leeft voornamelijk op de grond, waar hij zaden en kleine insecten zoekt, en bouwt het nest laag in vegetatie of zelfs op de bodem. Hij verplaatst zich weinig, maar kan lokaal reageren op veranderingen in voedselaanbod of leefomgeving, zonder echte trek te vertonen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Columbina
Ringmaat
Man 3.5 mm Vrouw 3.5 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een van de kleinste duiven, met een lengte van circa 14-16 cm. Het verenkleed is overwegend lichtbruin tot kaneelbruin. De kop en borst zijn grijsachtig met een subtiele lila- of rozezweem, terwijl de buik vuilwit tot lichtgrijs is. De vleugels tonen fijne, donkere vlekjes op de dekveren die als kleine stippen zichtbaar zijn. De staart is relatief kort, bruin met lichtere buitenste pennen en een smalle grijze eindband. De snavel is donkergrijs tot zwart, de poten zijn roodachtig en de iris bruin tot oranjerood, vaak met een smalle bleke oogring.
Vrouw:
Het vrouwtje is sterk gelijkend op het mannetje maar gemiddeld iets kleiner en matter van kleur. De borst is grijzer en mist meestal de subtiele lila zweem. De stippen op de vleugels zijn minder contrastrijk. De iris is eerder bruin dan oranjerood.
Juveniel:
Juvenielen zijn egaler bruin van toon en missen de roze of lila glans op de borst. De vleugelstippen zijn vaak zwakker ontwikkeld en de veren hebben lichte randjes, wat een geschubd effect geeft. De snavel is grauw, de poten bleker rood en de iris donkerbruin.
Kuiken:
De kuikens zijn nestblijvers en komen uit met een dun, grijsbruin dons. De snavel is klein en donker, de poten vleeskleurig en de ogen gesloten bij uitkomst. Ze worden de eerste weken gevoed met 'duivenmelk', waarna ze het juveniele, bruinige kleed ontwikkelen.