Vogel
Dwergjacana
Dwergjacana
Microparra capensis
Log in om deze soort toe te voegenDe Dwergjacana behoort tot het geslacht Microparra binnen de familie van Jacana's (Jacanidae).
Deze kleine steltloper is de kleinste jacanasoort en leeft in zoetwatergebieden in een groot deel van Afrika ten zuiden van de Sahara, van West-Afrika tot Oost- en Zuidelijk Afrika. De vogel is gespecialiseerd in het lopen op drijvende waterplanten zoals lelies dankzij zijn opvallend lange poten en klauwen, waardoor hij ook wel �lily trotter� wordt genoemd. Met zijn onopvallende gedrag en schutkleuren verbergt hij zich vaak tussen watervegetatie. Als insecteneter speelt hij een rol in het beheersen van insectenpopulaties in moerassen en plassen, waar hij zich vooral ophoudt in gebieden met lage, dichte plantengroei.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Jacana's (Jacanidae)
- Bird Genus
- Microparra
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Jacana's
Jacana’s zijn tropische moerasvogels met opvallend lange tenen waarmee ze over drijvende waterplanten lopen. Ze leven in warme, vochtige gebieden en voeden zich met insecten en zaden. In de avicultuur hebben Jacana’s behoefte aan ondiep water met drijvende planten, warme temperaturen en een rustige omgeving. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: vijververblijf met drijvende vegetatie (30–40 m² per koppel); waterdiepte 10–30 cm; oeverzones met modder en gras; binnenverblijf ± 2 m² per vogel, vochtig en goed geventileerd.
- Klimaat: tropisch/subtropisch; temperatuur 22–30 °C; bij < 18 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 70–90%; schaduw en beschutting tegen zon.
- Sociaal: te houden per koppel of kleine groep; tijdens broedtijd territoriaal; rustige, natuurlijke omgeving vermindert stress.
- Voeding: insecten, larven, weekdieren en zaden; aanvullen met watervogelvoer, meelwormen en zacht fruit; altijd ondiep, schoon water beschikbaar.
- Overig: drijvende planten essentieel voor natuurlijk gedrag; water regelmatig verversen; broednest op drijvende planten of lage platformen; rust tijdens broedperiode cruciaal.
Man:
De man heeft een glanzend kastanjebruin verenkleed met een lichte groene glans op de vleugels. De kop is donkerder met een subtiele zwarte bandering die doorloopt naar de nek. De borst is effen en iets lichter van kleur dan de rest van het lichaam. De buik toont een geleidelijke overgang naar een grijzige tint. De snavel is slank en zwart met een lichte wasachtige basis. De poten zijn lang en geelachtig met een fijne schubstructuur. De iris is helder oranje, wat contrasteert met de donkere oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een matter bruin verenkleed met een subtiele olijfgroene tint op de vleugels. De kop is iets lichter dan bij de man, met een minder uitgesproken bandering. De borst en buik zijn egaal bruin, zonder opvallende contrasten. De snavel is korter en donkergrijs met een minder opvallende was. De poten zijn lichtbruin en iets korter dan die van de man. De iris is donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring. De vleugels hebben een lichte, versleten zoom aan de randen.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer bruin verenkleed met een vage streepjespatroon op de borst. De kop is egaal bruin zonder duidelijke bandering, wat een uniform uiterlijk geeft. De buik is lichter dan de borst, met een geleidelijke overgang naar een cr�mekleur. De snavel is kort en grijs, zonder wasachtige basis. De poten zijn bleekgeel en nog niet volledig ontwikkeld. De iris is donkergrijs, met een onopvallende oogring. De vleugels hebben een lichte, versleten uitstraling.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat lichtbruin van kleur is. De snavel en poten zijn bleekgeel en nog niet volledig ontwikkeld.