Dwergmeeuw

Larus minutus

Log in om deze soort toe te voegen

De Dwergmeeuw behoort tot het geslacht Larus binnen de familie van Meeuwen (Laridae).

Deze kleine meeuw komt vooral voor langs de kust van Noordwest-Europa, broedt in kolonies op open duingebieden, kwelders en daken van gebouwen. Hij jaagt hoofdzakelijk op kleine vis en krabben op zee en zoekt in het broedseizoen vaak voedsel tot wel 100 km van de kolonie. In de winter is hij ook op het strand en in landelijk gebied te vinden. De soort leeft vaak in groepen samen met andere meeuwen en vertoont een sociaal foerageergedrag.

Dwergmeeuw
Little Gull
Zwergm�we
Mouette pygm�e

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Meeuwen (Laridae)
Bird Genus
Larus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Meeuwen

Meeuwen zijn intelligente en beweeglijke kustvogels die zich in de avicultuur goed aanpassen, mits ze beschikken over voldoende ruimte, water, luchtcirculatie en sociale prikkels. Ze zijn actief, sociaal en nieuwsgierig, waardoor een gevarieerde omgeving essentieel is voor hun welzijn. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf met waterpartij (80–100 m² per paar, 3–4 m hoog); zand-, grind- of grasbodem met open zones en schuilplekken; ondiep bassin met helder water; rust- en nestplaatsen op eilandjes of vlakke daken.
  • Klimaat: weerbestendig; jaarrond buiten te houden; bij kou droog, tochtvrij nachthok; bij hitte schaduw en beschutting tegen zon.
  • Sociaal: kolonievogels; houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – voldoende ruimte en nestgelegenheid vereist.
  • Voeding: vis, garnalen, mosselen en watervogelpellets; aanvullen met insecten of kleine hoeveelheden vlees/eieren; in kweek extra dierlijk eiwit en kalk; altijd schoon drink- en badwater.
  • Overig: waterkwaliteit waarborgen door regelmatige verversing of doorstroming; geen scherpe of gladde oppervlakken; rustige, gevarieerde omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
Huisvestingsrichtlijnen meeuwen

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
De man heeft een opvallend zwart kapje op de kop, dat scherp contrasteert met de witte nek. De rug en bovenvleugels zijn lichtgrijs met een subtiele zilverachtige glans. De vleugelpunten zijn zwart met een smalle witte rand, wat een scherp contrast geeft. De borst en buik zijn helderwit, zonder enige vlekken of markeringen. De snavel is slank en zwart, met een subtiele rode tint aan de basis. De poten zijn felrood, wat opvalt tegen het lichte verenkleed. De ogen zijn donker met een dunne witte oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar zwart kapje als de man, maar iets minder scherp afgebakend. De rug en bovenvleugels zijn eveneens lichtgrijs, maar met een iets mattere uitstraling. De vleugelpunten zijn zwart met een iets bredere witte rand dan bij de man. De borst en buik zijn wit, met soms een lichte grijze waas. De snavel is zwart, maar mist de rode tint aan de basis. De poten zijn rood, maar iets minder fel dan die van de man. De ogen zijn donker met een subtiele witte oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een bruinachtig kapje dat minder scherp is dan bij volwassen vogels. De rug en bovenvleugels zijn grijsbruin met een lichte schubachtige tekening. De vleugelpunten zijn donkerbruin met een brede witte rand, wat een minder scherp contrast geeft. De borst en buik zijn vuilwit met een lichte bruine waas. De snavel is donkerbruin, slanker dan bij volwassenen. De poten zijn vleeskleurig met een roze tint. De ogen zijn donker zonder opvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig grijsbruin verenkleed met donkere vlekken. De snavel en poten zijn lichtgrijs.