Vogel
Dwergooruil
Dwergooruil
Otus scops
Log in om deze soort toe te voegenDe Dwergooruil behoort tot het geslacht Otus binnen de familie van Uilen (Strigidae).
Deze kleine nachtjager komt voor in zuid- en oost-Europa, waar hij vooral in olijfgaarden, dennenbossen en schaarse eikenopstanden leeft, maar ook op begraafplaatsen en in parken wordt aangetroffen. Tijdens het broedseizoen is hij vooral actief in het Middellandse Zeegebied, terwijl hij in de winter naar Afrika migreert. De vogel is bekend om zijn opvallende, fluitende zang en is in Nederland en Belgi� slechts incidenteel te zien als dwaalgast. Hij voedt zich voornamelijk met insecten en is meestal solitair, zeldzaam in groepen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Uilen (Strigiformes)
- Bird Family
- Echte uilen (Strigidae)
- Bird Genus
- Otus
Ringmaat
Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mmWelzijnsadviezen
Overige vogels
De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.
Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.
Man:
De man heeft een grijsbruin verenkleed met fijne, donkere strepen en vlekken. De kop is relatief groot met opvallende oorpluimen. De ogen zijn geel met een donkere irisring. De snavel is kort en grijs, met een lichte wasachtige basis. De borst en buik zijn lichter met een subtiele bandering. De vleugels tonen een mix van grijze en bruine tinten met lichte randen. De poten zijn bedekt met fijne veren en hebben een grijsachtige kleur.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met iets warmere bruintinten. De oorpluimen zijn minder prominent aanwezig. De ogen zijn geel, omringd door een iets lichtere irisring. De snavel is iets donkerder grijs met een vergelijkbare wasachtige basis. De borst en buik vertonen een fijnere bandering dan bij de man. De vleugels hebben een subtiele glans met lichtere uiteinden. De poten zijn eveneens grijsachtig, maar iets robuuster van structuur.
Juveniel:
Juvenielen hebben een zachter, pluiziger verenkleed met een overwegend bruine kleur. De kop is minder uitgesproken met kortere oorpluimen. De ogen zijn donkerder geel met een onopvallende irisring. De snavel is lichtgrijs zonder duidelijke wasachtige basis. De borst en buik zijn egaal bruin zonder duidelijke bandering. De vleugels zijn korter en hebben een matte uitstraling. De poten zijn bedekt met dunne, lichte veren.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dichte, witte donslaag. De ogen zijn gesloten en de snavel is bleek.