Vogel
Edwards fazant
Edwards fazant
Lophura edwardsi
Log in om deze soort toe te voegenDe Edwards fazant behoort tot het geslacht Lophura binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).
Deze fraaie fazantensoort komt uitsluitend voor in de dichte, vochtige regenwouden van Midden-Vietnam, vooral in laaggelegen en licht heuvelachtige gebieden langs de oostelijke flank van het Annamitisch Gebergte. Hij foerageert op de bosbodem, waar hij met zijn scherpe klauwen naar insecten, zaden en ander klein voedsel zoekt. Door grootschalige ontbossing, jacht en habitatversnippering is het leefgebied sterk afgenomen, waardoor de vogel in het wild uiterst zeldzaam is geworden en vermoedelijk al bijna volledig afhankelijk is van fokprogramma's in gevangenschap.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Lophura
Ringmaat
Man 12.0 mm Vrouw 12.0 mmWelzijnsadviezen
Fazanten
Deze soort behoort tot de fazantachtigen (Phasianidae) en vraagt om een ruime, natuurlijke en beschutte leefomgeving.
Voor het welzijn van fazantachtigen is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: ca. 10 m² per paar (2,5 m hoog); bij groepen ± 6 m² per dier vanaf 20 weken; jonge vogels stapsgewijs meer ruimte (1,5 → 3 → 6 m²).
- Inrichting: volière dicht beplant met struiken/bomen; zitgelegenheid; schuilhok van ca. ⅓ van de volière;
bij meerdere volières worden schermen om hanen te scheiden, geadviseerd. - Sociaal: houden in paren of haremgroepen; buiten de kweekperiode eventueel apart.
- Voeding: zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen; in kweek extra dierlijk eiwit (insecten, meelwormen).
- Overig: geschikte bodembedekking; geen ingrepen zoals snavelkappen of piercings.
Wetgeving(en)
EU verordening bijlage X
Deze vogelsoort valt onder de bepalingen van bijlage X, waarin aanvullende regels zijn vastgelegd rondom invoer, gezondheid en welzijn. Bij binnenkomst in de Europese Unie moeten vogels voldoen aan strikte veterinaire eisen, inclusief verplichte quarantaine en gezondheidsverklaringen om verspreiding van ziekten te voorkomen. Voor de avicultuur betekent dit dat alleen vogels die aan deze voorwaarden voldoen, gehouden mogen worden. Daarnaast gelden er extra eisen ten aanzien van huisvesting en verzorging, zodat het welzijn van de vogels gewaarborgd blijft.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Betreft soorten met invoer- en houderijvoorwaarden.
- Verplichte controles op gezondheid en welzijn bij invoer.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Quarantaine en veterinaire keuring vaak vereist.
- Alleen toegestaan wanneer aan alle welzijns- en gezondheidsregels wordt voldaan.
Man:
Het mannetje heeft een glanzend zwart verenkleed op kop, nek, borst en rug, met metallic blauwe en paarse tinten afhankelijk van de lichtinval. De staart is lang en zwart met blauwe glans. De vleugels zijn donker met subtiele glans en lichte witte strepen op de rugveren. De kop draagt een korte, rechte kuif. De snavel is zwart, de poten donkergrijs tot zwart. De iris is roodachtig.
Vrouw:
Het vrouwtje is veel minder opvallend. Het verenkleed is bruin tot donkerbruin met fijne strepen en vlekken voor camouflage in het bos. De borst is iets lichter bruin. De snavel is donkerbruin tot grijs, de poten donkergrijs en de iris bruinachtig.
Juveniel:
Juveniele vogels lijken op het vrouwtje maar zijn matter van kleur en vertonen minder duidelijke strepen en vlekken. De snavel en poten zijn grijsachtig, de iris donkerbruin.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met bruin dons met lichtere vlekken en strepen op rug en kop voor camouflage in bosrijke habitats. De onderzijde is lichter beige. De snavel is klein en grijsachtig, de poten vleeskleurig en de iris donker.