Eidereend (pacifische)

Somateria mollissima v-nigrum

Log in om deze soort toe te voegen

De Eidereend (pacifische) (Synoniem: Pacific eider) behoort tot het geslacht Somateria binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

Deze zee-eend leeft langs de noordelijke kusten van Siberië en Alaska en overwintert in de Beringzee en de Aleoeten. Hij broedt in kolonies op eilanden en kustzones en voedt zich met schelpdieren en kleine zeedieren, die hij vaak onder water zoekt. Het is een sociale vogel die zich in groepen nestelt en snelle, krachtige vluchten maakt.

Eidereend (pacifische)
Common Eider (Pacific)
Eiderente (Pazifische)
Eider à duvet (Pacifique)

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Somateria

Ringmaat

Man 14.0 mm Vrouw 14.0 mm

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
Het mannetje is herkenbaar aan de zwarte V-vormige tekening op de kin en keel, die contrasterend afsteekt tegen de witte borst en kop. De kruin is zwart, de achterhals en wangen zijn wit, met een subtiele groene waas op de nek. De rug en borst zijn wit, de buik en onderstaart zwart. De snavel is vaak oranjegeel en iets robuuster dan bij de Atlantische ondersoorten. De poten zijn grijsgroen tot geelachtig, en de iris is donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op die van andere eidereenden, met een bruin tot donkerbruin verenkleed en fijne bandering. In vergelijking met mollissima en dresseri is zij gemiddeld iets donkerder en forser gebouwd. De keel is soms lichter, maar zonder de markante V-tekening van het mannetje. De snavel is bruingrijs tot geelachtig, de poten grijsgroen en de iris donker.

Juveniel:
Juvenielen zijn overwegend bruin met een grovere en mattere bandering. Ze missen de duidelijke geslachtskenmerken. Jonge mannetjes beginnen pas in hun tweede jaar witte veren op borst en rug te ontwikkelen, waarna geleidelijk het volwassen zwart-witte kleed met de kenmerkende V-tekening verschijnt.

Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin aan de bovenzijde, met lichtere strepen op rug en kop, en een beige tot vuilwitte onderzijde. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig tot grijsgroen en de iris donker.