Vogel
Ethiopische kievit
Ethiopische kievit
Vanellus melanocephalus
Log in om deze soort toe te voegenDe Ethiopische kievit behoort tot het geslacht Vanellus binnen de familie van Plevieren, kieviten (Charadriidae).
Deze vogel komt uitsluitend voor in de hooglanden van Ethiopi� en leeft in natte en droge bergachtige gebieden zoals graslanden, heidevelden en moerassen. Hij is bekend om zijn opvallende zwarte kop en gespikkelde borst. Het dier is meestal op de grond te vinden, waar het foerageert en zich voortplant, en toont territoriaal en sociaal gedrag binnen zijn leefgebied.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Kieviten en plevieren (Charadriidae)
- Bird Genus
- Vanellus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Plevieren en Kieviten
Plevieren en kieviten zijn wadvogels die vooral leven op open vlaktes, kustgebieden en oevers van meren en rivieren. In de avicultuur vragen ze om droge, open verblijven met ondiep water, zachte bodem en voldoende rust- en foerageerplekken. Om plevieren of kieviten op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste geadviseerde richtlijnen.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf (40–60 m² per paar) met open zand- of grindbodem en ondiep water (5–15 cm) voor foerageren; helft van oppervlak droog met gras of lage vegetatie; enkele stenen of keien als rustplaatsen; binnenverblijf ± 4 m² per paar bij kou of regen.
- Klimaat: koudebestendig; jaarrond buiten met beschutting en ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; droog en goed geventileerd verblijf voorkomt poot- en verenproblemen.
- Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedseizoen territoriaal – voldoende ruimte vereist; buiten kweekperiode groepshuisvesting mogelijk bij rust en ruimte.
- Voeding: insecten, wormen, kreeftachtigen en watervogelpellets; levend voer (meelwormen, krekels, muggenlarven) stimuleert foerageergedrag; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: waterkwaliteit en bodemhygiëne waarborgen door regelmatige verversing; zachte, goed gedraineerde bodem voorkomt pootproblemen; obstakelvrije inrichting voorkomt verwondingen.
Man:
De man heeft een opvallend zwart glanzend hoofd met een scherpe scheiding naar de witte nek. De borst is diepzwart en contrasteert sterk met de witte buik. De vleugels zijn donker met een groene metaalglans, vooral zichtbaar in direct zonlicht. De rug en schouders tonen een subtiele bruinachtige tint, die in de winter doffer wordt. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn lang en roodachtig, met een gladde textuur. De ogen zijn donkerbruin met een smalle, onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder glanzend zwart hoofd, met een iets grijzere tint dan de man. De borst is ook zwart, maar met een minder scherpe overgang naar de witte buik. De vleugels hebben een matte afwerking, met minder uitgesproken groene glans. De rug is bruinachtig, met een lichte grijze waas die in de winter meer uitgesproken is. De snavel is vergelijkbaar met die van de man, maar iets dunner. De poten zijn roodachtig, maar iets lichter van kleur. De ogen zijn donkerbruin, met een iets bredere oogring dan de man.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een vage zwarte kap op het hoofd. De borst is grijsbruin, met een geleidelijke overgang naar de lichtere buik. De vleugels zijn bruin met een lichte, onregelmatige bandering. De rug heeft een versleten uiterlijk, met bleke randen aan de veren. De snavel is kort en grijs, met een lichtere basis. De poten zijn bleekroze, met een ruwe textuur. De ogen zijn donker, met een nauwelijks zichtbare oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, geelbruin verenkleed met donkere vlekken. De poten zijn kort en grijsachtig van kleur.