Vogel
Falklandplevier
Falklandplevier
Anarhynchus falklandicus
Log in om deze soort toe te voegenDe Falklandplevier behoort tot het geslacht Anarhynchus binnen de familie van Plevieren, kieviten (Charadriidae).
Deze vogelsoort komt voor in Argentini�, Chili en op de Falklandeilanden en bewoont kusten, zandstranden, gravelige oevers en vochtige graslanden dicht bij water. Ze foerageert vooral op kleine ongewervelden en is in het broedseizoen vaak solitair, maar buiten het seizoen vormt ze soms zwermen tot 200 vogels.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Kieviten en plevieren (Charadriidae)
- Bird Genus
- Anarhynchus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Plevieren en Kieviten
Plevieren en kieviten zijn wadvogels die vooral leven op open vlaktes, kustgebieden en oevers van meren en rivieren. In de avicultuur vragen ze om droge, open verblijven met ondiep water, zachte bodem en voldoende rust- en foerageerplekken. Om plevieren of kieviten op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste geadviseerde richtlijnen.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf (40–60 m² per paar) met open zand- of grindbodem en ondiep water (5–15 cm) voor foerageren; helft van oppervlak droog met gras of lage vegetatie; enkele stenen of keien als rustplaatsen; binnenverblijf ± 4 m² per paar bij kou of regen.
- Klimaat: koudebestendig; jaarrond buiten met beschutting en ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; droog en goed geventileerd verblijf voorkomt poot- en verenproblemen.
- Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedseizoen territoriaal – voldoende ruimte vereist; buiten kweekperiode groepshuisvesting mogelijk bij rust en ruimte.
- Voeding: insecten, wormen, kreeftachtigen en watervogelpellets; levend voer (meelwormen, krekels, muggenlarven) stimuleert foerageergedrag; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: waterkwaliteit en bodemhygiëne waarborgen door regelmatige verversing; zachte, goed gedraineerde bodem voorkomt pootproblemen; obstakelvrije inrichting voorkomt verwondingen.
Man:
De man heeft een overwegend grijs verenkleed met een lichte zilverachtige glans. De kop is donkerder grijs, wat een subtiel contrast vormt met de nek. De borst en buik zijn iets lichter van kleur, met een zachte overgang naar de flanken. De vleugels tonen een donkergrijze tint met lichte randen aan de dekveren. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde structuur. De iris is donkerbruin, omgeven door een dunne, onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar grijs verenkleed als de man, maar met een matte afwerking. De kop en nek zijn iets lichter, waardoor er minder contrast is met de rest van het lichaam. De borst en buik zijn egaal grijs, zonder opvallende markeringen. De vleugels hebben dezelfde donkere tint als de man, maar de randen zijn minder uitgesproken. De snavel is iets korter en lichter van kleur, met een subtiele kromming. De poten zijn grijs, met een iets ruwere textuur dan bij de man. De iris is donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer grijs verenkleed met een lichtbruine tint op de kop en nek. De borst en buik zijn bleker, met een vage streping die bijdraagt aan een minder uniforme uitstraling. De vleugels zijn donkergrijs, met versleten randen die een verweerde indruk geven. De snavel is kort en grijs, met een minder uitgesproken kromming dan bij volwassenen. De poten zijn lichtgrijs en hebben een gladde textuur. De iris is donkerbruin, zonder duidelijke oogring. De algehele verschijning is minder contrastrijk dan bij volwassen vogels.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat een lichtgrijze kleur heeft. De snavel en poten zijn bleekgrijs, met een delicate structuur.