Fazant

Phasianus colchicus

Log in om deze soort toe te voegen

De Fazant (synoniem: Bosfazant, edelfazant, jachtfazant, ringnekfazant, gewone fazant) behoort tot het geslacht Phasianus binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).

De fazant is een prachtige vogelsoort die oorspronkelijk uit de drogere streken van Centraal-Azië komt. Ze worden nu vrijwel overal in Europa gevonden, behalve op het Iberisch Schiereiland en in het noorden van Fenno-Scandinavië. Fazanten leven voornamelijk in laaglandbossen, halfopen landschappen met bosjes en weilanden. Ze zijn omnivoren en eten een breed scala aan voedsel, van plantaardig materiaal tot insecten en kleine dieren. Hun leefgebiedacticese condities, zoals landbouwschaling en predatiedruk, beïnvloeden hun populatie. In Nederland zijn ze talrijk in agrarische gebieden.

Fazant
Common Pheasant
Jagdfasan
Faisan de Colchide

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Phasianus

Ringmaat

Man 12.0 mm Vrouw 12.0 mm

Welzijnsadviezen

Fazanten

Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, hokko’s en ruigpoothoenders. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Ze vragen om ruime, veilige en goed ingerichte verblijven met aandacht voor beschutting en afzondering, sociaal gedrag en een natuurlijke bodembedekking. De volgende hoofdpunten worden door Aviornis als welzijnsadviezen aanbevolen.

  • Huisvesting: ruime volière (4–18 m² per paar, minimaal 1,80m hoog) voorzien van struiken / bomen / lage vegetatie en/of andere elementen om zich achter terug te trekken.
  • Klimaat: de meeste soorten zijn winterhard, maar moeten beschikken over een droge en tochtvrije omgeving. Niet winterharde soorten moeten beschikken over een vorstvrij binnenverblijf.
  • Sociaal: houden volgens soort specifieke structuur.
  • Voeding: Fazantenvoer of volledig pluimveevoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen en insecten; altijd vers drinkwater en grit.
  • Overig: een droge, goed doorlatende bodem; geschikte bodembedekking; visuele afscheiding tussen koppels; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Huisvestingsrichtlijnen Fazanten

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)

Deze vogel is inheems binnen de Europese Unie (EU) en behoort tot een beschermde soort onder de Europese Vogelrichtlijn. 

Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden, gekweekt en verhandeld. De houder dient zelf aan te tonen dat de vogel legaal is gekweekt en verkregen.

De belangrijkste voorwaarden voor het mogen houden van deze vogels zijn:

  • De vogel is voorzien van een naadloos gesloten pootring van de juiste ringmaat, welke is verkregen via de daartoe bevoegde organisaties (zoals Aviornis International Nederland).
  • Andere bewijsstukken (zoals een herkomstverklaring) kunnen bijdragen aan de aantoonbaarheid van legale herkomst.

Verder lezen? Word lid van Aviornis

Man:
Het mannetje heeft een opvallend verenkleed. De kop en hals zijn iriserend groenblauw met een zwarte keelvlek en een brede, witte halsband. De borst is kastanjebruin met zwarte stippeling, de rug en vleugels zijn bruin met donkere strepen. De lange staartveren zijn bruin met donkere banden. De snavel is lichtgrijs tot ivoor, de poten grijsachtig bruin en de iris donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje is minder opvallend. Het verenkleed is overwegend bruin met fijne donkere strepen voor camouflage. De borst en buik zijn lichter bruin tot beige. De snavel is grijsachtig, de poten bruinachtig en de iris donkerbruin.

Juveniel:
Juveniele vogels lijken op het vrouwtje maar zijn matter van kleur en hebben minder duidelijke strepen en stippeling. De snavel is lichtgrijs tot geelachtig, de poten grijsachtig bruin en de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met lichtbruin dons met donkere vlekken en strepen over rug en kop, wat camouflage biedt in grasland en bosrand. De onderzijde is lichter beige. De snavel is klein en grijsachtig, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 174
  • Tijdschrift 213
  • Tijdschrift 227
  • Tijdschrift 229
  • Tijdschrift 256
  • Tijdschrift 304