Vogel
Filippijnse spoorkoekoek
Filippijnse spoorkoekoek
Centropus viridis
Log in om deze soort toe te voegenDe Filippijnse spoorkoekoek behoort tot het geslacht Centropus binnen de familie van Koekoeken (Cuculidae).
De Filipijnse spoorkoekoek is een grote, zwartgekleurde vogel die voorkomt op de Filipijnen. Deze vogel bewoont open of verstoorde gebieden van laagland tot middelgebergte en is een insecteneter. Het heeft korte, afgeronde vleugels en een lange, brede staart. Het verschilt van andere coucals door zijn zwarte buik en voorkeur voor open habitats. De Filipijnse spoorkoekoek bouwt zijn eigen nest en broedt zijn eigen eieren uit, wat een uniek kenmerk is onder de koekoeken.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Koekoekachtigen (Cuculiformes)
- Bird Family
- Koekoeken (Cuculidae)
- Bird Genus
- Centropus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Koekoeken
Koekoeken zijn middelgrote insectivore vogels die voorkomen in tropische en gematigde regio’s. Veel soorten staan bekend om hun broedparasitisme, terwijl andere eigen nesten bouwen in dichte vegetatie. In de avicultuur vragen Koekoeken om ruime, beplante verblijven met schaduw, natuurlijke insectenvoeding en rust. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met struiken en open zones (25–40 m² per koppel); zitstokken op verschillende hoogtes; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, licht, droog en goed geventileerd.
- Klimaat: tropisch tot gematigd; temperatuur 18–28 °C; bij < 15 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; bescherming tegen regen en wind.
- Sociaal: solitair of per koppel; tijdens broedperiode territoriaal; rustige, beschutte omgeving vermindert stress.
- Voeding: insecten, rupsen, wormen, krekels en larven; insectenvoer en meelwormen; aanvullen met zacht fruit; altijd schoon drinkwater aanwezig.
- Overig: dichte beplanting voor schuilgedrag; nestvoorziening afhankelijk van soort; dagelijkse hygiëne en natuurlijke lichtcyclus belangrijk voor welzijn.
Man:
De man heeft een glanzend zwart verenkleed op de kop en nek. De rug en vleugels zijn diep kastanjebruin, met een subtiele glans. De borst en buik zijn donkergrijs, met een lichte overgang naar de flanken. De staartveren zijn lang en zwart met een groene glans. De snavel is stevig en zwart, met een lichte kromming. De poten zijn donkergrijs en robuust. De ogen hebben een opvallende rode iris, zonder zichtbare oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder glans. De kastanjebruine vleugels zijn iets doffer van kleur. De borst en buik zijn lichter grijs, met een subtiele bandering. De staart is iets korter en minder glanzend dan die van de man. De snavel is zwart, maar iets slanker van vorm. De poten zijn donkergrijs, met een iets fijnere structuur. De iris is rood, maar iets minder fel dan bij de man.
Juveniel:
Juvenielen hebben een dof bruin verenkleed met lichte vlekken op de vleugels. De kop en nek zijn donkerbruin, met een matte uitstraling. De borst en buik zijn lichtbruin, met een fijne streping. De staart is korter en minder glanzend dan bij volwassenen. De snavel is donkergrijs en nog niet volledig ontwikkeld. De poten zijn lichtgrijs en slanker dan bij volwassen vogels. De ogen hebben een bruine iris, zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag donzig bruin dons. De ogen zijn gesloten en de snavel is lichtgrijs.