Fjordlandkuifpinguïn

Eudyptes pachyrhynchus

Log in om deze soort toe te voegen

De Fjordlandkuifpinguïn (synoniem: Fjordlandkuifpinguin) behoort tot het geslacht Eudyptes binnen de familie van Pinguins (Spheniscidae).

Deze pinguïnsoort komt uitsluitend voor in Nieuw-Zeeland en leeft vooral langs de rotskusten en in het dichte kustbos van het zuidwesten van het Zuidereiland en op Stewart Island. De vogels broeden in kleine kolonies, vaak onder boomwortels, tussen rotsen of in grotten, waar ze bescherming vinden tegen roofdieren. Buiten de broedtijd verblijven ze op zee. Ze zijn nachtelijk actief bij het verlaten en bereiken van hun nest, wat hen beschermt tegen roofvogels. De soort voedt zich met vis, inktvissen en krill, en is bedreigd door predatoren zoals ratten en stoats op het vasteland.

Fjordlandkuifpinguïn
Fiordland Penguin
Dickschnabelpinguin
Gorfou du Fiordland

Taxonomische indeling

Bird Order
Pinguïns (Sphenisciformes)
Bird Family
Pinguïns (Spheniscidae)
Bird Genus
Eudyptes

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.

Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Pinguins

Pinguïns zijn gespecialiseerde zeevogels die afhankelijk zijn van waterpartijen, veel zwemruimte en aangepaste klimaatomstandigheden. De inrichting van hun verblijf moet aansluiten bij hun natuurlijke gedrag en klimaateisen. Het welzijn van deze soort vraagt om zorgvuldige aandacht voor leefomgeving en huisvesting.
De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: verblijf met ca. 50% water en 50% land; bassin ≥ 2 m diep; droog en stroef landgedeelte met schuilplekken.
  • Klimaat: gematigde soorten buiten met vorstvrij nachtverblijf; koudeminnende soorten gekoeld binnenverblijf (rond vriespunt).
  • Sociaal: groeps- of koloniehuisvesting aanbevolen; in broedseizoen nestgelegenheid (stenen of kunstmatige holen).
  • Voeding: verse of diepgevroren vis (haring, sprot, sardine, ansjovis) met supplementen indien nodig; altijd schoon drink- en zwemwater.
  • Overig: hygiëne belangrijk – bassin en landgedeelte regelmatig reinigen; verblijf met rotspartijen, variërende dieptes en verrijking.
Huisvestingsrichtlijnen Pinguins

Man:
De man heeft een glanzend zwart verenkleed op de kop en rug, met een scherpe scheiding naar de witte buik. De borst is helderwit, wat contrasteert met de donkere vleugels. De vleugels hebben een subtiele blauwe glans, vooral zichtbaar in direct zonlicht. De snavel is robuust en oranje, met een lichte kromming aan de punt. De poten zijn roze met een stevige structuur, wat bijdraagt aan een krachtige uitstraling. De ogen zijn omringd door een dunne, lichtgele oogring, die de donkere iris accentueert.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met een iets mattere glans op de rug. De witte buik en borst zijn minder helder, met een zachte grijstint. De snavel is iets slanker en minder fel oranje dan die van de man. De vleugels hebben een subtiele, maar minder uitgesproken blauwe glans. De poten zijn eveneens roze, maar iets fijner van structuur. De oogring is dunner en minder opvallend, wat de donkere iris minder accentueert.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed, met een grijsachtige tint op de kop en rug. De buik en borst zijn vuilwit, met een vage grijze waas. De snavel is kleiner en donkerder, met een minder uitgesproken kromming. De vleugels missen de blauwe glans en zijn meer uniform donker. De poten zijn bleekroze en minder stevig dan bij volwassen vogels. De oogring is nauwelijks zichtbaar, waardoor de ogen minder expressief lijken.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zachte, grijze donslaag die hen beschermt tegen de kou. De snavel is klein en donker, met een nog niet ontwikkelde kromming.