Formosa fazant

Phasianus colchicus formosanus

Log in om deze soort toe te voegen

De Formosa fazant (synoniem: Formosa edelfazant) behoort tot het geslacht Phasianus binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).

Deze vogelsoort is oorspronkelijk afkomstig uit Taiwan en is nauw verwant aan de gewone fazant. Ze worden aangetroffen in graslanden, bossen en moerassen, waar ze kleine groepen vormen buiten het broedseizoen. Ze zijn gebonden aan open habitats met toegang tot water. In hun natuurlijke omgeving zijn ze schuw en vluchten snel bij gevaar, hoewel ze korte afstanden kunnen vliegen en een snelheid kunnen bereiken van tot 90 km/h bij stress.

Formosa fazant
Common Pheasant (formosanus)
Formosa-Ringfasan
Faisan de Colchide (formosanus)

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Phasianus

Ringmaat

Man 12.0 mm Vrouw 12.0 mm

Welzijnsadviezen

Fazanten

Deze soort behoort tot de fazantachtigen (Phasianidae) en vraagt om een ruime, natuurlijke en beschutte leefomgeving. 
Voor het welzijn van fazantachtigen is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Ruimte: ca. 10 m² per paar (2,5 m hoog); bij groepen ± 6 m² per dier vanaf 20 weken; jonge vogels stapsgewijs meer ruimte (1,5 → 3 → 6 m²).
  • Inrichting: volière dicht beplant met struiken/bomen; zitgelegenheid; schuilhok van ca. ⅓ van de volière; 
    bij meerdere volières worden schermen om hanen te scheiden, geadviseerd.
  • Sociaal: houden in paren of haremgroepen; buiten de kweekperiode eventueel apart.
  • Voeding: zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen; in kweek extra dierlijk eiwit (insecten, meelwormen).
  • Overig: geschikte bodembedekking; geen ingrepen zoals snavelkappen of piercings.
Huisvestingsrichtlijnen Fazanten

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
Het mannetje heeft een opvallend verenkleed met iriserend groenblauw op kop en hals en een zwarte keelvlek. De witte halsband is aanwezig maar vaak minder breed dan bij andere ondersoorten. De borst is kastanjebruin met zwarte stippeling, de rug en vleugels zijn bruin met donkere strepen. De lange staartveren zijn bruin met donkere banden. De snavel is lichtgrijs tot ivoor, de poten grijsachtig bruin en de iris donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje is minder opvallend. Het verenkleed is overwegend bruin met fijne donkere strepen voor camouflage. De borst en buik zijn lichter bruin tot beige. De snavel is grijsachtig, de poten bruinachtig en de iris donkerbruin.

Juveniel:
Juveniele vogels lijken op het vrouwtje maar zijn matter van kleur en hebben minder duidelijke strepen en stippeling. De snavel is lichtgrijs tot geelachtig, de poten grijsachtig bruin en de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met lichtbruin dons met donkere vlekken en strepen over rug en kop, wat camouflage biedt in grasland en bosrand. De onderzijde is lichter beige. De snavel is klein en grijsachtig, de poten vleeskleurig en de iris donker.