Vogel
Fuut
Fuut
Podiceps cristatus
Log in om deze soort toe te voegenDe Fuut behoort tot het geslacht Podiceps binnen de familie van Futen (Podicipedidae).
De fuut is een vogel die in Nederland voornamelijk in meren, plassen en rustige riviergedeelten voorkomt. Zij voeden zich vooral met kleine vissen en aquatische insecten. De fuut is een opvallende soort door zijn karakteristieke kuif en kuiven, die vooral zichtbaar zijn tijdens het broedseizoen. De habitatkeuze hangt af van factoren zoals waterdiepte en -doorzicht, waarbij de vogel zich voornamelijk in ondiepe wateren bevindt.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Futen (Podicipediformes)
- Bird Family
- Futen (Podicipedidae)
- Bird Genus
- Podiceps
Ringmaat
Man 10.0 mm Vrouw 10.0 mmWelzijnsadviezen
Futen
Futen zijn uitstekende zwemmers en duikers die vooral in stilstaande of langzaam stromende wateren leven. In de avicultuur hebben ze behoefte aan ruime waterpartijen met vegetatie en beschutte oevers voor broedgedrag. De volgende welzijnsrichtlijnen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze richtlijnen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf met open water (60–100 m² per paar, 1–2,5 m diep); ca. ⅓ van het oppervlak met riet en waterplanten; zacht aflopende oever of drijvend rustplatform; landgedeelte ± 10 m² per paar.
- Klimaat: gematigde soorten buiten op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij verblijf met water in winter; beschutting tegen wind en regen.
- Sociaal: vooral in paren houden; buiten broedseizoen groepshuisvesting mogelijk met veel ruimte; tijdens kweek visuele afscheiding bij territoriale soorten.
- Voeding: vis (levend of diepgevroren) zoals voorn of spiering; aanvullen met insecten, garnalen of watervogelpellets; tijdens kweek extra dierlijk eiwit en vitaminen; altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: uitstekende waterkwaliteit door filtratie of verversing; drijvende rietmatten of vegetatie voor nestbouw; rustige, natuurlijke omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een opvallende kuif met kastanjebruine en zwarte tinten. De nek is slank en wit, met een scherpe overgang naar de donkere rug. De borst is helderwit, contrasterend met de grijsbruine flanken. De vleugels zijn donker met lichte randen, wat een subtiel patroon cre�ert. De snavel is lang en spits, met een roze basis en donkere punt. De ogen zijn felrood, omringd door een dunne, donkere oogring. De poten zijn donkergrijs met een lichtgroene tint.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder uitgesproken kuif, met subtielere kastanjebruine tinten. De nek is eveneens wit, maar de overgang naar de rug is minder scherp. De borst is wit, met een zachtere overgang naar de grijsbruine flanken. De vleugels hebben een vergelijkbaar patroon als de man, maar met minder contrast. De snavel is iets korter, met een vergelijkbare kleuring. De ogen zijn rood, maar iets minder fel dan bij de man. De poten zijn donkergrijs met een subtiele groene gloed.
Juveniel:
Juvenielen hebben een minder uitgesproken kuif, met overwegend grijsbruine tinten. De nek is wit met een vage grijze waas, die doorloopt naar de rug. De borst is vuilwit, met een geleidelijke overgang naar de lichtbruine flanken. De vleugels zijn donker met lichtere uiteinden, maar zonder duidelijke patronen. De snavel is korter en bleker, met een grijze basis. De ogen zijn donkerbruin, zonder opvallende oogring. De poten zijn lichtgrijs met een matte afwerking.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met donzig grijswit verenkleed, met donkere strepen op de rug. De snavel is kort en bleek, met een subtiele roze tint.