Vogel
Galapagosaalscholver
Galapagosaalscholver
Nannopterum harrisi
Log in om deze soort toe te voegenDe Galapagosaalscholver behoort tot het geslacht Nannopterum binnen de familie van Aalscholvers (Phalacrocoracidae).
Deze bijzondere vogelsoort komt uitsluitend voor op de Galapagoseilanden, met name op Fernandina en de noordelijke en westelijke kusten van Isabela. Hij leeft in rotsachtige kustgebieden en zoekt zijn voedsel in ondiepe kustwateren, zoals baaien en smalle zeestraatjes. Door zijn vermogen om niet te vliegen is hij sterk gebonden aan zijn leefgebied en beweegt hij zich meestal slechts over korte afstanden langs de kust. Hij is een uitstekende duiker en voedt zich voornamelijk met vis en kleine zeedieren. De vogel is zeer standvastig en blijft meestal zijn hele leven in een klein gebied, waar hij ook nestelt en zich voortplant.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Slangenhalsvogels, Fregatvogels, Aalscholvers en Janvangenten (Suliformes)
- Bird Family
- Aalscholvers (Phalacrocoracidae)
- Bird Genus
- Nannopterum
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Aalscholvers
Aalscholvers zijn visetende watervogels die veel tijd doorbrengen in en rond het water. In de avicultuur vragen zij om ruime waterpartijen, zitplaatsen om te drogen, en beschutte plekken om te rusten en broeden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf (40–60 m² per paar) met ≥ 50% wateroppervlak; waterdiepte 2–3 m; droog eiland of rotsen voor rust en drogen van veren.
- Klimaat: gematigde soorten buiten bij ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij > 10 °C; goede ventilatie zonder tocht.
- Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting mogelijk bij voldoende ruimte; tijdens broedseizoen extra ruimte of visuele afscheiding tussen paren.
- Voeding: verse of diepgevroren vis (haring, sprot, spiering, forel, sardine); aanvulling met vitaminen en mineralen; altijd vers drinkwater.
- Overig: schoon, doorstroomd water; stevige zitplaatsen of rotsen op verschillende hoogten; rustige omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Man:
De man heeft een overwegend zwart verenkleed met een subtiele groene glans. De kop en nek zijn donkerder dan de rest van het lichaam, met een lichte metaalachtige glans. De vleugels vertonen een matzwarte kleur met iets lichtere randen. De borst en buik zijn egaal zwart zonder opvallende markeringen. De snavel is lang en slank, met een grijze tint en een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn donkergrijs en hebben een robuuste structuur. De ogen zijn omringd door een smalle, donkere oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een donkerbruin verenkleed met een minder uitgesproken glans dan de man. De kop en nek zijn iets lichter bruin, met een subtiele overgang naar de donkerdere borst. De vleugels hebben een uniforme bruine kleur met iets lichtere uiteinden. De buik is egaal bruin zonder opvallende patronen. De snavel is korter en dikker dan die van de man, met een grijze kleur. De poten zijn donkergrijs en iets slanker dan die van de man. De ogen hebben een lichte, onopvallende oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een dofbruin verenkleed met een lichte, vlekkerige uitstraling. De kop en nek zijn iets lichter dan de rest van het lichaam, met een vage streep over de ogen. De vleugels zijn donkerbruin met lichtere randen, wat een versleten indruk geeft. De borst en buik zijn onregelmatig gevlekt met lichtere en donkere tinten. De snavel is kort en recht, met een grijze kleur en een lichte wasachtige basis. De poten zijn lichtgrijs en slank, met een gladde textuur. De ogen hebben een onopvallende, lichte oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, grijs dons dat een pluizige uitstraling heeft. De snavel is kort en lichtgrijs, met een zachte structuur.