Vogel
Geelborstbaardvogel
Geelborstbaardvogel
Trachyphonus margaritatus
Log in om deze soort toe te voegenDe Geelborstbaardvogel (synoniem: Parelbaardvogel) behoort tot het geslacht Trachyphonus binnen de familie van Baardvogels (Lybiidae).
De geelborstbaardvogel is een Afrikaanse baardvogel uit de familie Lybiidae. Deze vogel komt voor in landen zoals Burkina Faso, Chad, Djibouti, Eritrea, Ethiopi�, Mali, Mauritani�, Niger, Nigeria, Somali� en Soedan. Hij bewoont typisch droge, open gebieden en is:redelijk wijdverspreid maar niet algemeen. De geelborstbaardvogel is niet bedreigd volgens de IUCN.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Spechtachtigen (Piciformes)
- Bird Family
- Afrikaanse baardvogels (Lybiidae)
- Bird Genus
- Trachyphonus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Baardvogels
Baardvogels zijn kleurrijke holenbroeders uit tropische en subtropische gebieden van Afrika, Azië en Amerika. Ze leven voornamelijk in bossen en halfopen landschappen en hebben in de avicultuur behoefte aan ruime, goed beplante volières met nestgelegenheid en warm klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (6–10 m² per koppel, 2–3 m hoog) met dichte beplanting, takken en nestblokken of boomstammen met holtes; droog, tochtvrij binnenverblijf aanwezig.
- Klimaat: warm en vochtig; temperatuur boven 18 °C; luchtvochtigheid 50–70%; goede ventilatie zonder tocht.
- Sociaal: houden in paren of kleine familiegroepen; tijdens broedperiode koppels apart om territoriaal gedrag te beperken.
- Voeding: zachtvoer voor insecten- en fruiteters; aanvullen met fruit (banaan, appel, bessen) en insecten (meelwormen, krekels); tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water.
- Overig: zand- of turfbodem regelmatig reinigen; nestblokken of zacht hout bevorderen natuurlijk broedgedrag; rustige omgeving en natuurlijke inrichting.
Man:
De man heeft een opvallend helder geel verenkleed op de kop en borst. De rug en vleugels zijn bedekt met zwart-witte vlekken, die een contrasterend patroon vormen. De buik is overwegend wit met subtiele grijze tinten. De snavel is stevig en zwart, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde textuur. De iris is donkerbruin, omringd door een dunne, lichte oogring. De veren op de nek zijn kort en glanzend, wat een scherp contrast geeft met de matte rug.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder felgekleurd verenkleed dan de man, met meer gedempte gele tinten. De rug en vleugels vertonen een vergelijkbaar zwart-wit patroon, maar met minder scherpe contrasten. De buik is lichtgrijs met enkele witte vlekken verspreid over het oppervlak. De snavel is iets slanker en lichter van kleur dan die van de man. De poten zijn donkergrijs, vergelijkbaar met die van de man. De iris is donkerbruin, met een iets bredere oogring dan bij de man. De nekveren zijn mat en iets langer, waardoor ze minder glanzend lijken.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met vage gele tinten op de kop en borst. De rug en vleugels zijn bedekt met onregelmatige, doffe vlekken die minder contrasterend zijn. De buik is grijsbruin met enkele lichte vlekken verspreid over het oppervlak. De snavel is korter en lichter van kleur, met een nog niet volledig ontwikkelde kromming. De poten zijn lichtgrijs en hebben een ruwe textuur. De iris is donkerbruin, zonder duidelijke oogring. De nekveren zijn kort en mat, zonder de glans van volwassen vogels.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag die weinig contrast vertoont. De snavel is klein en lichtgekleurd, met een zachte textuur.