Geelbrauwspecht

Melanerpes cruentatus

Log in om deze soort toe te voegen

De Geelbrauwspecht behoort tot het geslacht Melanerpes binnen de familie van Spechten (Picidae).

De geelbrauwspecht is een kleurrijke vogel die voorkomt van oostelijk Colombia tot de Guiana's, oostelijk Bolivia, noordoostelijk Brazili� en Mato Grosso. Deze vogel bewoont open vochtige bossen en leeft in varzea- en terra firme-forens, evenals in secundaire bossen en bosranden. Het is een niet-trekkende soort, die voornamelijk in laaglanden leeft en een gevarieerde voeding heeft die bestaat uit insecten en fruit.

Geelbrauwspecht
Yellow-tufted Woodpecker
Gelbbrauenspecht
Pic � chevron d'or

Taxonomische indeling

Bird Order
Spechtachtigen (Piciformes)
Bird Family
Spechten (Picidae)
Bird Genus
Melanerpes

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Spechten

Spechten zijn boombewonende insecteneters die een actief en territoriaal gedrag vertonen. In de avicultuur vragen ze om goed beplante volières met veel klimmogelijkheden, natuurlijke stammen en nestgelegenheid om hun natuurlijke gedrag uit te oefenen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (10–15 m² per koppel, ≥ 2,5–3 m hoog) met meerdere boomstammen of dikke takken om in te kloppen en foerageren; zachte houtsoorten zoals wilg of populier geschikt; deels beschutte zones en droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
  • Klimaat: bestand tegen gematigde kou; tropische soorten vorstvrij bij >15 °C; goed geventileerd en droog verblijf voorkomt schimmelvorming.
  • Sociaal: leven in paren; territoriaal – niet in groepen houden; tijdens broedperiode gevoelig voor verstoring; rust noodzakelijk.
  • Voeding: insectenvoer of zachtvoer voor insecteneters; aanvullen met levende insecten (meelwormen, krekels, moriowormen) en boomlarven; af en toe noten, bessen en fruit; in kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers drink- en badwater.
  • Overig: nestblokken of uitgeholde stammen (40–60 cm diep) noodzakelijk voor broedgedrag; regelmatig nieuwe takken aanbieden om klopgedrag te stimuleren; rustige, natuurlijke omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen Spechten

Man:
De man heeft een opvallend rood voorhoofd dat overgaat in een zwarte kruin. De nek en rug zijn glanzend zwart, wat contrasteert met de witte streep op de vleugels. De borst is helder rood, terwijl de buik een lichtere, bijna witte tint heeft. De vleugels zijn zwart met subtiele witte vlekken aan de randen. De staart is zwart met een lichte glans en enkele witte uiteinden. De snavel is recht en zwart, met een lichte kromming aan de punt. De poten zijn donkergrijs en hebben een robuuste structuur.

Vrouw:
De vrouw heeft een minder fel rood voorhoofd, dat overgaat in een donkergrijze kruin. De nek en rug zijn matzwart, zonder de glans die bij de man te zien is. De borst is lichtrood, minder intens dan bij de man. De buik is wit met een grijze waas, die naar de flanken toe donkerder wordt. De vleugels zijn zwart met meer uitgesproken witte vlekken dan bij de man. De staart is zwart met enkele grijze uiteinden. De snavel is iets korter en donkergrijs, met een rechte vorm.

Juveniel:
Juvenielen hebben een dofgrijze kop met een vage rode tint op het voorhoofd. De nek en rug zijn donkergrijs, met een matte uitstraling. De borst is lichtgrijs met een subtiele rode gloed, die naar de buik toe vervaagt. De buik is grijswit, met een onregelmatige verdeling van grijze vlekken. De vleugels zijn donkergrijs met onduidelijke witte vlekken. De staart is grijs met enkele witte uiteinden. De snavel is kort en grijs, met een rechte vorm.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag grijs dons. Hun snavel is kort en lichtgrijs van kleur.