Geelhelmneushoornvogel

Ceratogymna elata

Log in om deze soort toe te voegen

De Geelhelmneushoornvogel behoort tot het geslacht Ceratogymna binnen de familie van Neushoornvogels (Bucerotidae).

Deze grote vogelsoort leeft in de vochtige regenwouden van West-Afrika, waar hij zich voornamelijk ophoudt in de hoge boomkruinen. Ze voeden zich vooral met vruchten en spelen een rol in de verspreiding van zaden. Om predatie te ontlopen, werken zij soms samen met andere diersoorten zoals apen.

Geelhelmneushoornvogel
Yellow-casqued Hornbill
Goldhelm-Hornvogel
Calao � casque jaune

Taxonomische indeling

Bird Order
Neushoornvogels (Bucerotiformes)
Bird Family
Neushoornvogels (Bucerotidae)
Bird Genus
Ceratogymna

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Neushoornvogels

Neushoornvogels zijn middelgrote tot grote tropische bosvogels, herkenbaar aan hun grote snavel met hoornachtige “casque”. Ze leven paarsgewijs of in kleine groepen en hebben in de avicultuur behoefte aan ruime, goed beplante volières met nestgelegenheid, schaduw en een warm, vochtig klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (20–30 m² per koppel, 3–4 m hoog) met hoge zitstokken, dichte beplanting en open vliegzones; droog, tochtvrij binnenverblijf aanwezig; nestkast of boomstam met diepe broedholte (50–80 cm) en smalle opening geschikt voor dichtmetselen.
  • Klimaat: tropisch; temperatuur boven 22 °C, luchtvochtigheid 60–80%; verwarmd binnenverblijf vereist in koude klimaten; goed geventileerd maar zonder tocht.
  • Sociaal: leven in paren of familiegroepen; tijdens broedperiode territoriaal – aparte verblijven aanbevolen; voorzichtigheid bij gemengde huisvesting vanwege mogelijke agressie.
  • Voeding: zachtvoer voor fruiteters met vers fruit (banaan, papaja, peer, druiven); aanvullen met insecten, kleine knaagdieren of eieren; in kweek extra dierlijk eiwit; geen citrus of gefermenteerd voer; altijd vers drink- en badwater.
  • Overig: nestkasten regelmatig reinigen; beschutting tegen zon en regen; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen neushoornvogels

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Deze vogel valt onder bijlage B en wordt niet als direct bedreigd beschouwd, maar staat wel onder bescherming om te voorkomen dat handel de populaties schaadt. In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Mag in avicultuur worden gehouden en gekweekt.
  • Handel en overdracht alleen toegestaan met overdrachtsverklaring of registratie.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd aantoonbaar zijn.
  • Minder streng dan bijlage A, maar wel documentatieplicht.

Man:
De man heeft een glanzend zwart verenkleed met een blauwe iriserende glans op de vleugels. De kop en nek zijn donkerder met een subtiele groene tint. De borst en buik zijn effen zwart zonder zichtbare markeringen. De snavel is groot en geel met een opvallende zwarte basis. De naakte huid rond de ogen is blauwachtig, wat contrasteert met de donkere veren. De poten zijn grijs en hebben een robuuste structuur. De iris is donkerbruin, wat een scherp contrast vormt met de lichte oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een minder glanzend verenkleed dan de man, met een matte zwarte kleur. De kop en nek zijn iets lichter, met een bruine tint. De borst en buik zijn egaal zwart, zonder opvallende markeringen. De snavel is kleiner dan die van de man en heeft een meer uniforme gele kleur. De naakte huid rond de ogen is minder uitgesproken blauw. De poten zijn donkergrijs en slanker dan die van de man. De iris is donkerbruin, met een subtiele oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een bruine tint over het hele lichaam. De kop en nek zijn lichter bruin, met een vage groene glans. De borst en buik zijn minder egaal, met enkele lichtere vlekken. De snavel is kleiner en heeft een blekere gele kleur. De naakte huid rond de ogen is minder ontwikkeld en grijsachtig. De poten zijn lichtgrijs en minder robuust. De iris is donkerbruin, zonder duidelijke oogring.

Kuiken:
Kuikens hebben een pluizig, lichtbruin verenkleed zonder glans. De snavel is klein en bleekgeel.