Vogel
Geelkeelfrankolijn
Geelkeelfrankolijn
Pternistis leucoscepus
Log in om deze soort toe te voegenDe Geelkeelfrankolijn behoort tot het geslacht Pternistis binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).
De geelkeelfrankolijn is een fazantachtige vogel die voorkomt in Oost-Afrika, van Eritrea en Ethiopi� tot Tanzania en Kenia. Hij leeft voornamelijk in droge savannes, struikgebieden en agrarisch landschap, mits deze niet te zwaar door mensen bezet zijn. De soort is vooral actief tijdens de schemering en staat bekend om zijn harde, schorre roep, vaak vanaf een verhoging in het landschap. Geelkeelfrankolijnen zijn goed aangepast aan veranderende omgevingen en blijven vaak aanwezig in gebieden waar landbouw plaatsvindt, zolang er voldoende dekking is. Hoewel hun aantallen waarschijnlijk afnemen door overbejaging, is de soort volgens de IUCN vooralsnog niet bedreigd.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Pternistis
Ringmaat
Man 12.0 mm Vrouw 12.0 mmWelzijnsadviezen
Hoenderachtigen
Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, korhoenders, kwartels en patrijzen. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Voor het welzijn van hoenderachtigen is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: ruime volière (15–25 m² per koppel, 2–2,5 m hoog) met gras, struiken of lage vegetatie; zitstokken of takken voorzien; droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
- Klimaat: de meeste soorten winterhard; bescherming tegen regen, wind en vorst; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; schaduw nodig in de zomer.
- Sociaal: houden volgens soortspecifieke structuur – kwartels/patrijzen in paren of groepen, fazanten in harems, pauwen in groepen met afstand tussen hanen; tijdens broedperiode apart huisvesten.
- Voeding: volledig pluimvee- of fazantenvoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit en insecten; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water en grit.
- Overig: droge, goed gedraineerde bodem; visuele afscheiding tussen hanen; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Man:
Het mannetje heeft een overwegend bruin verenkleed op rug en vleugels met fijne donkere strepen en lichte vlekken. De borst is kastanjebruin met donkere streping, de flanken donkerder met fijne strepen. De buik is lichter beige tot wit. De kop is opvallend wit met een donkere oogstreep en een lichte wenkbrauwstreep. De snavel is grijsachtig tot bruin, de poten bruinachtig en de iris donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt op het mannetje maar is iets matter van kleur en minder contrastrijk gestreept. De kop is lichtbruin tot beige in plaats van wit. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juveniele vogels lijken op het vrouwtje maar zijn matter van kleur en vertonen minder duidelijke strepen en vlekken. De snavel is lichtgrijs, de poten grijsachtig bruin en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met lichtbruin dons met donkere vlekken en strepen op rug en kop, wat camouflage biedt in gras- en struikrijke habitats. De onderzijde is lichter beige. De snavel is klein en grijsachtig, de poten vleeskleurig en de iris donker.