Geelkeelzandhoen

Pterocles gutturalis

Log in om deze soort toe te voegen

De Geelkeelzandhoen behoort tot het geslacht Pterocles binnen de familie van Zandhoenders (Pteroclidae).

De geelkeel-zandpatrijs is een vogel uit de zandpatrijs-familie die in Afrika voorkomt. De soort dankt zijn naam aan de opvallende gele keel van het mannetje. Het dier leeft in open graslanden, landbouwgebieden en aan de randen van droge gebieden, waarbij het kleirijke bodems prefereert. De verspreiding volgt droge corridors en het komt voor in landen zoals Angola, Botswana, Namibia, Zimbabwe, Zambia, Kenia, Tanzania, Ethiopi� en Zuid-Afrika. Hoewel sommige populaties standvogels zijn, migreren anderen regelmatig naar nieuwe gebieden. De vogel drinkt op een bijzondere manier: hij loopt in ondiep water en zuigt het water op met zijn snavel, waarna hij zijn kop opheft om door te slikken. Dit gedrag stelt hem in staat alert te blijven voor predatoren terwijl hij drinkt.

Geelkeelzandhoen
Yellow-throated Sandgrouse
Gelbkehl-Flughuhn
Ganga � gorge jaune

Taxonomische indeling

Bird Order
Zandhoenders (Pterocliformes)
Bird Family
Zandhoenders (Pteroclidae)
Bird Genus
Pterocles

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Zandhoenders

Zandhoenders zijn gespecialiseerde vogels van droge en open landschappen, waar zij leven van zaden en dagelijks water opzoeken. Ze zijn uitstekend aangepast aan hete, droge omstandigheden en broeden op open grond. In de avicultuur vragen Zandhoenders om ruime, droge verblijven met open zichtlijnen, zandige bodems en een stabiel klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: open, droog buitenverblijf (40–60 m² per koppel); zand- of kleibodem; kale foerageerzones; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en tochtvrij.
  • Klimaat: droog en gematigd tot warm; temperatuur 10–30 °C; bescherming tegen regen en kou essentieel.
  • Sociaal: solitair of per koppel; schrikgevoelig; rustige, overzichtelijke omgeving noodzakelijk.
  • Voeding: zadenmengsel, grit en mineralen; aanvullend groenvoer; dagelijks vers drinkwater beschikbaar.
  • Overig: stofbadmogelijkheid essentieel; broednest op open bodem; dagelijkse controle en rustige ligging bevorderen welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen waterpartij voliere

Man:
De man heeft een opvallend helder verenkleed met een glanzende kastanjebruine borst. De kop is lichtgrijs met een subtiele witte keelvlek. De rug en vleugels zijn zandkleurig met fijne donkere streepjes. De buik is contrasterend wit, wat scherp afsteekt tegen de donkere borst. De staartveren zijn lang en puntig met een zwarte eindband. De snavel is kort en grijs, passend bij de grijze poten. De ogen zijn donker met een dunne, lichte oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een meer gedempte kleurstelling met een overwegend zandkleurig verenkleed. De borst is lichtbruin met fijne, donkere streepjes die minder contrasterend zijn dan bij de man. De kop is egaal zandkleurig zonder opvallende keelvlek. De vleugels en rug hebben een subtiele, donkere bandering. De buik is lichtgekleurd, maar minder wit dan bij de man. De snavel is iets lichter van kleur en de poten zijn grijs. De ogen zijn donker met een nauwelijks zichtbare oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een dof, bruin verenkleed met een vage, donkere streepjespatroon op de borst. De kop is egaal bruin zonder duidelijke keelvlek. De vleugels en rug zijn bedekt met lichte, zandkleurige randen die versleten kunnen lijken. De buik is lichtbruin, zonder het scherpe contrast van volwassen vogels. De snavel is kort en grijsachtig, net als de poten. De ogen zijn donker met een onopvallende oogring. De staart is korter en minder puntig dan bij volwassen vogels.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat zandkleurig is met donkere vlekken. De snavel en poten zijn lichtgrijs, passend bij hun jonge leeftijd.