Vogel
Geelkruinkwak
Geelkruinkwak
Nyctanassa violacea
Log in om deze soort toe te voegenDe Geelkruinkwak (synoniem: Dikkop) behoort tot het geslacht Nyctanassa binnen de familie van Reigers (Ardeidae).
De gele kroonreiger is een fascinerende vogel die zich voornamelijk in de Amerika's bevindt. Zij zijn te vinden in tropische en subtropische gebieden, zoals de kusten van Florida, de Golf van Mexico, en de Cara�ben. Deze vogelswhelmen zich in kustgebieden met mangroven en zoutmoerassen, maar zijn ook inland aanwezig langs rivieren en golfterreinen. Zij jagen vooral op kreeftachtigen en krabben in ondiepe wateren. Hun cryptische kleuren en geheimzinnig gedrag maken ze lastig op te sporen, maar hun voorkomen is vaak een kenmerk van een gezonde ecologie.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Pelikanen, Reigerachtigen, Ibissen en Lepelaars (Pelecaniformes)
- Bird Family
- Reigers (Ardeidae)
- Bird Genus
- Nyctanassa
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Reigers
Reigers zijn wadvogels die voorkomen in waterrijke gebieden met ondiep water, moerassen en rietvelden. In de avicultuur vragen ze om ruime, rustige verblijven met voldoende water, visrijke voeding en veilige rustplaatsen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf (50–80 m² per paar) met ondiep water (10–40 cm) en zacht aflopende oevers met gras, zand of riet; hoge zitplaatsen (takken, platforms) voor rust; droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
- Klimaat: gematigde soorten winterhard op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; goed geventileerd en droog verblijf voorkomt schimmelvorming.
- Sociaal: leven solitair of in losse kolonies; tijdens broedperiode territoriaal – voldoende ruimte en visuele afscheiding nodig; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
- Voeding: verse of diepgevroren vis (haring, sprot, voorn, forel); aanvullen met insecten, garnalen, mosselen of watervogelpellets; in kweek extra dierlijk eiwit en kalk; altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: waterkwaliteit waarborgen door regelmatige verversing of doorstroming; beschutting voor schuwe soorten; scherpe randen vermijden om verenkleed te beschermen.
Man:
De man heeft een opvallend zwart-wit gestreepte kop met een lange, witte kuif. De nek is grijs met een subtiele blauwe tint, die overgaat in een donkergrijze rug. De vleugels zijn donkergrijs met een lichte glans en hebben fijne, witte randen. De borst en buik zijn lichtgrijs, zonder opvallende markeringen. De snavel is stevig en zwart, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn geelgroen en hebben een gladde textuur. De ogen zijn felgeel met een dunne, donkere oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder contrasterende koptekening dan de man, met een kortere, minder opvallende kuif. De nek is grijsbruin, wat overgaat in een donkerbruine rug. De vleugels zijn donkerbruin met een matte afwerking en subtiele, lichte randen. De borst en buik zijn lichtbruin, met een zachte, effen uitstraling. De snavel is donkergrijs en iets slanker dan die van de man. De poten zijn olijfgroen en hebben een iets ruwe textuur. De ogen zijn geel met een dunne, grijze oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met lichte vlekken op de vleugels en rug. De kop is bruin met een vage, lichte streep boven de ogen. De nek is lichtbruin en gaat over in een donkerder bruine rug. De borst en buik zijn lichtbruin met een onregelmatige, gevlekte tekening. De snavel is donkergrijs en recht, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn grijsachtig groen en hebben een ruwe textuur. De ogen zijn donkerbruin met een onopvallende, grijze oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, grijsbruin verenkleed. Hun snavel en poten zijn lichtgrijs van kleur.