Vogel
Geelnekkroonparelhoen
Geelnekkroonparelhoen
Guttera edouardi
Log in om deze soort toe te voegenDe Geelnekkroonparelhoen (synoniem: Kroonparelhoen of Kuifparelhoen) behoort tot het geslacht Guttera binnen de familie van Parelhoenders (Numididae).
Deze vogelsoort komt voor in sub-Sahara Afrika, van Tanzania tot Zuid-Afrika, en leeft vooral in open bossen, houtlanden en bos-savanne. Hij zoekt het voedsel voornamelijk op de grond en voedt zich met een gevarieerd dieet. Vaak wordt hij gezien in associatie met andere diersoorten, waarbij hij gebruikmaakt van voedselresten. Het zijn sociale vogels die in paren of kleine groepen leven en een opvallende kuif dragen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Parelhoenders (Numididae)
- Bird Genus
- Guttera
Ringmaat
Man 14.0 mm Vrouw 14.0 mmWelzijnsadviezen
Parelhoenders
Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, hokko’s en ruigpoothoenders. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Ze vragen om ruime, veilige en goed ingerichte verblijven met aandacht voor beschutting en afzondering, sociaal gedrag en een natuurlijke bodembedekking. De volgende hoofdpunten worden door Aviornis als welzijnsadviezen aanbevolen.
- Huisvesting: ruime volière (4–18 m² per paar, minimaal 1,80m hoog) voorzien van struiken / bomen / lage vegetatie en/of andere elementen om zich achter terug te trekken.
- Klimaat: de meeste soorten zijn winterhard, maar moeten beschikken over een droge en tochtvrije omgeving. Niet winterharde soorten moeten beschikken over een vorstvrij binnenverblijf.
- Sociaal: houden volgens soort specifieke structuur.
- Voeding: Fazantenvoer of volledig pluimveevoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen en insecten; altijd vers drinkwater en grit.
- Overig: een droge, goed doorlatende bodem; geschikte bodembedekking; visuele afscheiding tussen koppels; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Man:
De man heeft een glanzend zwart verenkleed met een blauwe gloed op de nek en borst. De vleugels zijn donker met subtiele witte vlekken die een gespikkeld patroon vormen. De kop is kaal met een opvallende rode huid en een korte, stevige zwarte snavel. De iris is helder rood, wat contrasteert met de donkere kop. De poten zijn grijs en hebben een robuuste structuur. De staartveren zijn lang en hebben een lichte iriserende glans. De overgang van de nek naar de rug is vloeiend en egaal van kleur.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder glanzend verenkleed dan de man, met een meer matte uitstraling. De vleugels vertonen een vergelijkbaar gespikkeld patroon, maar de witte vlekken zijn minder uitgesproken. De kop is eveneens kaal, maar de rode huid is iets doffer van kleur. De snavel is kort en zwart, met een iets fijnere structuur dan die van de man. De iris is donkerbruin, wat een zachtere uitstraling geeft. De poten zijn grijs, maar iets slanker dan die van de man. De staart is korter en minder glanzend.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een bruine tint over het geheel. De vleugels zijn minder gespikkeld en de witte vlekken zijn nauwelijks zichtbaar. De kop is bedekt met fijne, donzige veren en mist de kale rode huid van de volwassenen. De snavel is kort en grijs, met een nog ontwikkelende structuur. De iris is donkergrijs, wat een onopvallende blik geeft. De poten zijn lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld. De staart is kort en mist de glans van volwassen vogels.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met zachte, bruine donsveren en hebben een onopvallende verschijning. De snavel is klein en lichtgrijs, passend bij hun jonge leeftijd.