Geelnekkroonparelhoen

Guttera edouardi

Log in om deze soort toe te voegen

De Geelnekkroonparelhoen (synoniem: Kroonparelhoen of Kuifparelhoen) behoort tot het geslacht Guttera binnen de familie van Parelhoenders (Numididae).

Deze vogelsoort komt voor in sub-Sahara Afrika, van Tanzania tot Zuid-Afrika, en leeft vooral in open bossen, houtlanden en bos-savanne. Hij zoekt het voedsel voornamelijk op de grond en voedt zich met een gevarieerd dieet. Vaak wordt hij gezien in associatie met andere diersoorten, waarbij hij gebruikmaakt van voedselresten. Het zijn sociale vogels die in paren of kleine groepen leven en een opvallende kuif dragen.

Geelnekkroonparelhoen
Crested Guineafowl
Haubenperlhuhn
Pintade hupp�e

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Parelhoenders (Numididae)
Bird Genus
Guttera

Ringmaat

Man 14.0 mm Vrouw 14.0 mm

Welzijnsadviezen

Parelhoenders

Parelhoenders zijn sociale, grondbewonende vogels afkomstig uit Afrika. Ze worden in de avicultuur vaak gehouden om hun decoratieve waarde en levendige gedrag. Ze vragen om ruime, veilige buitenverblijven met schuilmogelijkheden en een droge, stevige bodem. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf (aanbevolen: ca. 10–15 m² per groep van 4–5 vogels, 2 m hoog); gras-, zand- of aarde­bodem met beschutte plekken en struiken; nachtstal met zitstokken.
  • Klimaat: goed koudetolerant; bij vorst droog, tochtvrij binnenverblijf boven ca. 5 °C; voldoende ventilatie zonder tocht.
  • Sociaal: groepsdieren; houden in groepen van minstens 4–6 vogels; tijdens broedseizoen voldoende ruimte om hanenconflicten te vermijden.
  • Voeding: volledig pluimvee- of fazantenvoer, aangevuld met granen en groenvoer; in kweek extra dierlijk eiwit (insecten, meelwormen); altijd vers water en grit.
  • Overig: droge, goed gedraineerde bodem voorkomt pootproblemen; geen ingrepen zoals snavel- of vleugelverkorting; lage afrastering of afdekking bij vliegende rassen.
Huisvestingsrichtlijnen Parelhoenen

Man:
De man heeft een glanzend zwart verenkleed met een blauwe gloed op de nek en borst. De vleugels zijn donker met subtiele witte vlekken die een gespikkeld patroon vormen. De kop is kaal met een opvallende rode huid en een korte, stevige zwarte snavel. De iris is helder rood, wat contrasteert met de donkere kop. De poten zijn grijs en hebben een robuuste structuur. De staartveren zijn lang en hebben een lichte iriserende glans. De overgang van de nek naar de rug is vloeiend en egaal van kleur.

Vrouw:
De vrouw heeft een minder glanzend verenkleed dan de man, met een meer matte uitstraling. De vleugels vertonen een vergelijkbaar gespikkeld patroon, maar de witte vlekken zijn minder uitgesproken. De kop is eveneens kaal, maar de rode huid is iets doffer van kleur. De snavel is kort en zwart, met een iets fijnere structuur dan die van de man. De iris is donkerbruin, wat een zachtere uitstraling geeft. De poten zijn grijs, maar iets slanker dan die van de man. De staart is korter en minder glanzend.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een bruine tint over het geheel. De vleugels zijn minder gespikkeld en de witte vlekken zijn nauwelijks zichtbaar. De kop is bedekt met fijne, donzige veren en mist de kale rode huid van de volwassenen. De snavel is kort en grijs, met een nog ontwikkelende structuur. De iris is donkergrijs, wat een onopvallende blik geeft. De poten zijn lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld. De staart is kort en mist de glans van volwassen vogels.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met zachte, bruine donsveren en hebben een onopvallende verschijning. De snavel is klein en lichtgrijs, passend bij hun jonge leeftijd.