Gehoornde papegaaiduiker

Fratercula corniculata

Log in om deze soort toe te voegen

De Gehoornde papegaaiduiker behoort tot het geslacht Fratercula binnen de familie van Alken (Alcidae).

Deze zeevogel komt voor langs de kusten van British Columbia, Alaska en Rusland, waar hij broedt op rotsachtige kliffen en in spleten. Buiten het broedseizoen leeft hij pelagisch op open zee. Het dier jaagt op kleine vissen door te duiken en nestelt koloniesgewijs, vaak samen met andere alkensoorten. Beide oudervogels zorgen samen voor het jong, dat na ongeveer 40 dagen uitvliegt.

Gehoornde papegaaiduiker
Horned Puffin
Hornlund
Macareux cornu

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Alken (Alcidae)
Bird Genus
Fratercula

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Alken

Alken – waaronder soorten als alk, zeekoet en papegaaiduiker – zijn zeevogels die uitstekend aangepast zijn aan een leven in koud water. In de avicultuur hebben zij behoefte aan ruime waterpartijen, koele temperaturen en mogelijkheden om te duiken en nestelen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: verblijf met ca. 50% water en 50% land; waterdiepte 2 m; rotsachtige omgeving met nestholen of nissen.
  • Klimaat: koelgematigd; watertemperatuur 5–12 °C; goede ventilatie en koeling in warme periodes.
  • Sociaal: groeps- of koloniehuisvesting aanbevolen; tijdens broed voldoende nestplaatsen in holtes of tunnels.
  • Voeding: verse of diepgevroren vis (sprot, haring, ansjovis, zandspiering); aanvullen met kleine schaaldieren; supplementen indien nodig.
  • Water & hygiëne: schoon zwem- en drinkwater altijd beschikbaar; bassins continu filteren of regelmatig verversen; rustige omgeving met veilige rotsstructuren.
Huisvestingsrichtlijnen water diep rotsen

Man:
De man heeft een opvallend zwart verenkleed op de rug en vleugels, met een glanzende uitstraling. De borst en buik zijn helder wit, wat een sterk contrast vormt met de donkere bovenzijde. De kop is zwart met een kenmerkende witte gezichtsvlek die scherp afsteekt. De snavel is groot en driehoekig, met een levendige oranje kleur en een blauwgrijze basis. De poten zijn fel oranje, wat opvalt tegen de donkere veren. De ogen zijn omringd door een dunne, grijze oogring die de zwarte iris accentueert. In de broedtijd is de snavelkleur intenser en de witte gezichtsvlek helderder.

Vrouw:
De vrouw lijkt sterk op de man, maar heeft een iets minder glanzend verenkleed. De witte borst en buik zijn even helder, maar de zwarte kop en rug kunnen een matte tint hebben. De snavel is vergelijkbaar in vorm, maar iets minder fel van kleur. De poten zijn oranje, maar vaak iets doffer dan die van de man. De oogring is subtieler, met een minder uitgesproken grijze tint. Tijdens de broedtijd zijn de kleurverschillen met de man minder opvallend. De algehele verschijning is iets minder contrastrijk.

Juveniel:
Juvenielen hebben een donkergrijs verenkleed dat minder glanzend is dan dat van volwassen vogels. De borst en buik zijn vuilwit, met een geleidelijke overgang naar de grijze bovenzijde. De snavel is kleiner en donkerder, met een minder uitgesproken oranje tint. De poten zijn bleekoranje, bijna geelachtig, en minder opvallend. De ogen hebben een donkere iris zonder duidelijke oogring. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen ze de kenmerkende volwassen kleuren. De overgang naar volwassen verenkleed duurt enkele jaren.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, grijs dons dat hen goed camoufleert. Hun snavel en poten zijn donkergrijs en onopvallend.