Gekuifde eend (patagonische)

Lophonetta specularioides

Log in om deze soort toe te voegen

De Gekuifde eend (patagonische) (Synoniem: Patagonische kuifeend) behoort tot het geslacht Lophonetta binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

De Patagonische kuifeend, ook wel grijze eend genoemd, is een middelgrote watervogel die voorkomt langs de kusten van de Falklandeilanden, Chili en Argentini�, vaak nabij zout- of zoet water zoals moerassen, plassen en beschutte baaien. De soort broedt op de grond tussen hoog gras of struiken, vaak dicht bij de vloedlijn, maar nestelt ook verder landinwaarts bij vijvers. Ze zoeken voedsel door te waden of te duiken naar waterinsecten, kleine kreeftachtigen en algen, waarbij hun dieet per seizoen en leefgebied verschilt. Beide ouders verzorgen na het uitkomen hun jongen, die na ongeveer tien weken vliegvlug zijn.

Gekuifde eend (patagonische)
Patagonian Crested Duck
Patagonische Krakeente
Canard � cr�te de Patagonie

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Lophonetta

Ringmaat

Man 12.0 mm Vrouw 12.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
  • Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Man:
Het mannetje heeft een gespikkeld bruingrijs verenkleed, waarbij de borst en flanken lichtbruin zijn met donkere vlekken en de rug donkerder grijsbruin. De kop is grijsbruin, vaak met een korte kuif aan de achterzijde die het geslacht zijn naam geeft. De vleugels hebben een opvallend iriserend groene speculum, zwart omlijst en aan de achterrand wit begrensd. De snavel is blauwgrijs, de poten zijn grijs tot vleeskleurig en de iris donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje is qua verenkleed vrijwel identiek aan het mannetje en moeilijk in het veld te onderscheiden. Zij is gemiddeld iets kleiner en lichter van bouw. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juvenielen zijn matter en grijzer van toon, met een minder duidelijk gespikkeld patroon op borst en flanken. De vleugelspiegel (speculum) is aanwezig, maar minder fel iriserend. De snavel is smaller en grijzer, de poten zijn vleeskleurig en de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin donsachtig aan de bovenzijde, met een geelachtige onderzijde. Ze hebben een donkere kruinstreep en rugstrepen, die contrasteren met de lichtere wangen en keel. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 231