Vogel
Gierparelhoen
Gierparelhoen
Acryllium vulturinum
Log in om deze soort toe te voegenDe Gierparelhoen behoort tot het geslacht Acryllium binnen de familie van Nandoes (Numididae).
Deze vogel komt voor in Noordoost-Afrika, van Zuid-Ethiopië tot Noordoost-Tanzania, en leeft vooral in droge, grasrijke steppen. Ze vormen vaak groepen van twintig tot vijftig exemplaren. Het zijn alleseters die zowel zaden als insecten en wormen eten. Gedurende het hete middaguur zoeken ze schaduw op, en 's nachts slapen ze in bomen voor veiligheid.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Parelhoenders (Numididae)
- Bird Genus
- Acryllium
Ringmaat
Man 16.0 mm Vrouw 16.0 mmWelzijnsadviezen
Parelhoenders
Parelhoenders zijn sociale, grondbewonende vogels afkomstig uit Afrika. Ze worden in de avicultuur vaak gehouden om hun decoratieve waarde en levendige gedrag. Ze vragen om ruime, veilige buitenverblijven met schuilmogelijkheden en een droge, stevige bodem. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf (aanbevolen: ca. 10–15 m² per groep van 4–5 vogels, 2 m hoog); gras-, zand- of aardebodem met beschutte plekken en struiken; nachtstal met zitstokken.
- Klimaat: goed koudetolerant; bij vorst droog, tochtvrij binnenverblijf boven ca. 5 °C; voldoende ventilatie zonder tocht.
- Sociaal: groepsdieren; houden in groepen van minstens 4–6 vogels; tijdens broedseizoen voldoende ruimte om hanenconflicten te vermijden.
- Voeding: volledig pluimvee- of fazantenvoer, aangevuld met granen en groenvoer; in kweek extra dierlijk eiwit (insecten, meelwormen); altijd vers water en grit.
- Overig: droge, goed gedraineerde bodem voorkomt pootproblemen; geen ingrepen zoals snavel- of vleugelverkorting; lage afrastering of afdekking bij vliegende rassen.
Man:
De man heeft een opvallend blauw verenkleed met een glanzende metallic uitstraling. De kop is kaal en donkergrijs, wat contrasteert met de felblauwe nek. De borst is bedekt met lange, smalle, witte strepen die naar beneden toe breder worden. De vleugels zijn donker met een subtiele blauwe glans en witte randen. De rug en staart zijn donker met een lichte blauwe tint. De snavel is kort en zwart, met een stevige structuur. De poten zijn grijs en hebben een robuuste uitstraling.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder intense kleuren. De blauwe tinten zijn doffer en de glans is minder uitgesproken. De kop is eveneens kaal, maar de grijze kleur is lichter. De borststrepen zijn minder contrasterend en iets breder. De vleugels hebben een matte afwerking met subtiele witte randen. De snavel is iets slanker en lichter van kleur. De poten zijn donkergrijs en iets fijner van structuur.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een matte afwerking. De kop is bedekt met fijne, bruine veren en mist de kale uitstraling van volwassenen. De borst heeft vage, lichtere strepen die minder uitgesproken zijn. De vleugels zijn donkerbruin met een lichte blauwe gloed. De snavel is grijs en slanker dan bij volwassenen. De poten zijn lichtgrijs en minder robuust. De ogen hebben een donkere iris met een subtiele, lichte oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zachte, bruine donslaag. De snavel en poten zijn lichtgrijs en delicaat.