Vogel
Grasparkiet
Grasparkiet
Melopsittacus undulatus
Log in om deze soort toe te voegenDe Grasparkiet behoort tot het geslacht Melopsittacus binnen de familie van Papegaaien (Psittaculidae).
Deze kleine papegaaiachtige komt van oorsprong uit Australi�, waar hij in grote zwermen voorkomt in warme, droge gebieden. Grasparkieten leven er voornamelijk op de grond en zoeken hun voedsel in open landschappen, zoals graslanden en savannes. Door menselijke activiteiten zijn er ook verwilderde populaties ontstaan buiten Australi�. De vogels zijn zeer sociaal, leven graag in groepen en zijn populair als huisdier vanwege hun vriendelijke karakter en levendige gedrag.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Papegaaiachtigen (Psittaciformes)
- Bird Family
- Papegaaien van de Oude Wereld (Psittaculidae)
- Bird Genus
- Melopsittacus
Ringmaat
Man 4.2 mm Vrouw 4.2 mmWelzijnsadviezen
Overige vogels
De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.
Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.
Man:
De man heeft een helder groen verenkleed met een gele kop en nek. De vleugels zijn zwart met gele randen, wat een gestreept patroon vormt. De borst is effen geelgroen, terwijl de buik lichter groen is. De snavel is lichtgrijs met een blauwe waslaag bovenop. De ogen zijn donker met een witte iris, omgeven door een dunne, lichte oogring. De poten zijn blauwgrijs en hebben een gladde structuur. In de broedperiode kan de waslaag intenser blauw worden.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder felgroen verenkleed met een doffere gele kop. De vleugels zijn zwart met bredere, minder scherpe gele randen. De borst en buik zijn lichtgroen, met een subtiele gele tint. De snavel is lichtgrijs met een bruine of beige waslaag. De ogen zijn donker met een minder opvallende witte iris. De poten zijn blauwgrijs, vergelijkbaar met die van de man. Tijdens de broedperiode kan de waslaag bruiner worden.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer groen verenkleed met een minder uitgesproken gele kop. De vleugels zijn zwart met vaag gele randen, wat een minder contrasterend patroon geeft. De borst en buik zijn lichtgroen zonder duidelijke gele tinten. De snavel is lichtgrijs met een bleekblauwe waslaag. De ogen zijn donker zonder duidelijke iris. De poten zijn blauwgrijs en hebben een gladde structuur. Naarmate ze ouder worden, worden de kleuren helderder en de patronen duidelijker.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag. De snavel is lichtgrijs en de poten zijn rozeachtig.