Vogel
Grijskop purperkoet
Grijskop purperkoet
Porphyrio porphyrio poliocephalus
Log in om deze soort toe te voegenDe Grijskop purperkoet (synoniem: Grijskoppurperkoet) behoort tot het geslacht Porphyrio binnen de familie van Rallen, koeten (Rallidae).
De grijskoppurperkoet komt oorspronkelijk voor in het Midden-Oosten, het Indische subcontinent en delen van Zuidoost-Azi�. Het is een bewoner van moerassen en natte gebieden, waar het actief is in het waden, zwemmen en klimmen om voedsel te vinden, zoals waterplanten en insecten. Het vogeltje is bekend om zijn grote, rode snavel en aggressief gedrag, waarbij het lokale soorten kan verdringen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Kraanvogelachtigen (Gruiformes)
- Bird Family
- Rallen, hoentjes en koeten (Rallidae)
- Bird Genus
- Porphyrio
Ringmaat
Man 12.0 mm Vrouw 12.0 mmWelzijnsadviezen
Rallen en koeten
Rallen en koeten zijn overwegend moerasvogels die leven in waterrijke gebieden met dichte oeverbegroeiing. In de avicultuur vragen ze om rustige, goed beplante verblijven met voldoende water, dekking en mogelijkheden tot natuurlijk foerageer- en nestgedrag. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met open water (30–50 m² per paar, 0,5–1,5 m diep) en dichte oeverbegroeiing (riet, lisdodde, grassen); landgedeelte ± 10–15 m² per paar; drijvende of half drijvende platforms als rust- of nestplaatsen.
- Klimaat: goed koudetolerant; buiten overwinteren op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij verblijf met water (>10 °C); beschutting tegen wind en regen aanbevolen.
- Sociaal: houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – visuele afscheiding of aparte verblijven wenselijk; rustige omgeving voorkomt stress.
- Voeding: watervogelpellets of omnivoor watervogelvoer; aanvullen met insecten, wormen, zaden en waterplanten; in kweek extra dierlijk eiwit (meelwormen, garnalen); altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: uitstekende waterkwaliteit door filtratie of doorstroming; dichte begroeiing en schuilplekken essentieel; scherpe randen en drijfafval vermijden.
Wetgeving(en)
EU verordening bijlage A (CITES appendix I)
Deze vogelsoort staat vermeld op bijlage A en wordt beschouwd als wereldwijd ernstig bedreigd. Binnen de avicultuur mag de soort alleen worden gehouden, gefokt of verhandeld als hiervoor een geldig CITES-certificaat is afgegeven door de bevoegde autoriteiten. Dit certificaat moet te allen tijde bij de vogel aanwezig zijn. Zonder dit document is het bezit of de overdracht strafbaar. Ook bij het fokken van deze vogels moet elke nakomeling afzonderlijk geregistreerd en gecertificeerd worden, om de legale status te waarborgen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Soort is streng beschermd vanwege bedreigde status.
- Voor houden, kweken of verhandelen is een CITES-certificaat verplicht.
- Elke overdracht moet met officiële documenten worden geregistreerd.
- Zonder certificaat mag de vogel niet in bezit zijn.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip.
Man:
De man heeft een opvallend blauw verenkleed met een metaalachtige glans. De kop is lichtgrijs, wat contrasteert met de donkerdere nek. De borst en buik zijn diepblauw, terwijl de vleugels een iets lichtere tint hebben. De dekveren zijn egaal van kleur zonder zichtbare bandering. De snavel is robijnrood met een lichte wasachtige textuur aan de basis. De poten zijn lang en roze, met een gladde structuur. De iris is rood, omgeven door een subtiele, onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar blauw verenkleed als de man, maar met een iets doffere glans. De kop is eveneens lichtgrijs, maar de overgang naar de nek is minder scherp. De borst en buik zijn blauw, met een iets lichtere tint dan de man. De vleugels vertonen een subtiele variatie in kleur, met iets lichtere dekveren. De snavel is rood, maar iets minder fel dan bij de man. De poten zijn roze, met een iets ruwere textuur. De iris is rood, met een nauwelijks zichtbare oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een overwegend bruine tint. De kop is grijsbruin, zonder de duidelijke grijze tint van volwassenen. De borst en buik zijn vaalbruin, met een lichte blauwachtige zweem. De vleugels zijn donkerbruin, met lichtere randen aan de dekveren. De snavel is bleekrood, met een minder ontwikkelde wasachtige basis. De poten zijn lichtroze, met een gladde structuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met zwart dons, wat een zachte, pluizige uitstraling geeft. De snavel is bleekroze, met een nauwelijks zichtbare wasachtige textuur.