Grijspootsjakohoen

Penelope obscura

Log in om deze soort toe te voegen

De Grijspootsjakohoen behoort tot het geslacht Penelope binnen de familie van Hokkos, Goeans (Cracidae).

De grijspootsjakohoen is een vogel uit de familie Cracidae. Hij is voornamelijk te vinden in Uruguay, noordoostelijk Argentini� en zuidelijk Brazili�. Deze vogel houdt zich vooral in bosgebieden op, waar hij voedt met fruit en vruchten. Hij is langer dan de kuifsjakohoen en heeft donkergrijze poten.

Grijspootsjakohoen
Dusky-legged Guan
Bronzeguan
P�n�lope yacouhou

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Sjakohoenders en hokko's (Cracidae)
Bird Genus
Penelope

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Hokkos, Goeans

Hokkos en Goeans zijn middelgrote tot grote boshoenders uit Midden- en Zuid-Amerika. Ze leven in dichte bebossing en voeden zich met vruchten, bladeren en kleine ongewervelden. In de avicultuur vragen ze om ruime, groen ingerichte verblijven met hoge rustplaatsen en een warm, vochtig klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf met begroeiing en open zones (40–60 m² per koppel); hoge zitstokken of boomstammen aanwezig; binnenverblijf ± 3–4 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
  • Klimaat: tropisch/subtropisch; temperatuur 20–28 °C; bij < 10 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; beschutting tegen regen en tocht noodzakelijk.
  • Sociaal: te houden in paren of familiegroepen; tijdens broedperiode territoriaal – bij voorkeur per koppel afzonderlijk; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
  • Voeding: fruit, bessen, zaden, jonge bladeren en insecten; aanvullen met universeelvoer of zachtvoer; dagelijks vers drinkwater en afwisseling in voer belangrijk.
  • Overig: nestgelegenheid op hoogte in struiken of takvorken; dagelijkse reiniging en controle van water en voer; ruime, groene inrichting voorkomt stress.
Huisvestingsrichtlijnen-Hokkos-Goeans

Man:
Het mannetje is een middelgrote guan van circa 65�75 cm lengte, met een slanke bouw en lange, afgeronde staart. Het verenkleed is overwegend donker olijfbruin tot zwartbruin. De borst en flanken tonen lichtere, zandkleurige veerranden die een fijn geschubd effect geven. De kop is relatief klein, met een zwarte snavel, een kale rode keelwam en een donkere iris. De rug en vleugels zijn egaal bruin met een lichte bronsgroene glans. De poten zijn rood.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, inclusief de rode keelwam en het geschubde borstkleed. Ze is gemiddeld iets kleiner en slanker gebouwd. Het verenkleed is vaak iets valer en minder glanzend. De keelwam kan minder fel rood zijn.

Juveniel:
Juvenielen zijn matter bruin en missen de uitgesproken rode keelwam. Het verenkleed is uniformer en de lichte randen aan borst- en flankveren zijn breder, waardoor het geschubde effect sterker lijkt. De snavel is donkergrijs, de iris bruin en de poten vleeskleurig tot dof rood.

Kuiken:
De kuikens zijn nestvlieders, bedekt met zacht, geelbruin dons voorzien van donkere vlekken en strepen die camouflage bieden in bosrijke gebieden. De onderzijde is vuilwit. De snavel is klein en grijszwart, de poten vleeskleurig en de iris donker. De rode keelwam en de subtiele glans op rug en vleugels ontwikkelen zich pas in latere levensstadia.