Grijze pauwfazant bakeri

Polyplectron bicalcaratum

Log in om deze soort toe te voegen

De Grijze pauwfazant bakeri (synoniem: Chinquis pauwfazant, Grijze spiegelpauw) behoort tot het geslacht Polyplectron binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).

Deze grote vogel komt voor in laagland- en heuvelbossen van Bangladesh, Noordoost-India en Zuidoost-Azië. Hij heeft een grijsbruin verenkleed met opvallende groene ogenplekken en een lange, bosrijke kuif. Hij voedt zich met zaden, termieten, vruchten en kleine ongewervelden en zoekt vaak op de bosbodem naar voedsel. Het vrouwtje legt meestal twee eieren. De soort vertoont terrestrisch gedrag en leeft voornamelijk op de grond.

Grijze pauwfazant (bakeri)
Grey Peacock-Pheasant (bakeri)
Himalaja Pfaufasan
Éperonnier chinquis (bakeri)

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Polyplectron

Ringmaat

Man 10.0 mm Vrouw 10.0 mm

Welzijnsadviezen

Fazanten

Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, hokko’s en ruigpoothoenders. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Ze vragen om ruime, veilige en goed ingerichte verblijven met aandacht voor beschutting en afzondering, sociaal gedrag en een natuurlijke bodembedekking. De volgende hoofdpunten worden door Aviornis als welzijnsadviezen aanbevolen.

  • Huisvesting: ruime volière (4–18 m² per paar, minimaal 1,80m hoog) voorzien van struiken / bomen / lage vegetatie en/of andere elementen om zich achter terug te trekken.
  • Klimaat: de meeste soorten zijn winterhard, maar moeten beschikken over een droge en tochtvrije omgeving. Niet winterharde soorten moeten beschikken over een vorstvrij binnenverblijf.
  • Sociaal: houden volgens soort specifieke structuur.
  • Voeding: Fazantenvoer of volledig pluimveevoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen en insecten; altijd vers drinkwater en grit.
  • Overig: een droge, goed doorlatende bodem; geschikte bodembedekking; visuele afscheiding tussen koppels; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Huisvestingsrichtlijnen Fazanten

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Deze vogelsoort wordt wereldwijd beschouwd als een (bijna) bedreigde soort in het oorspronkelijke leefgebied, of de handel in deze soort kan hiertoe leiden. 
Deze soort staat daarom op Bijlage B van de Europese Verordening en CITES appendix II. 

Binnen de avicultuur (in volière-milieu) mag deze soort alleen worden gehouden, gefokt of verhandeld als de legale herkomst kan worden aangetoond. De lidstaten aangesloten bij het CITES-verdrag (Convention on International Trade in Endangered Species of wild flora and fauna) hebben internationale regels opgesteld die het houden, fokken en verhandelen van deze dieren onder strikte voorwaarden mogelijk maakt. 

In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.

De houder de dient legale herkomst van de vogel aan te tonen:

  • De vogel is voorzien van een uniek merkteken. In het geval van vogels is dit een naadloos gesloten pootring die bij een volwassen vogel niet meer van de poot kan worden verwijderd.
  • Bij elke overdracht dient een herkomstverklaring/ overdrachtsverklaring te worden opgemaakt en ondertekend door de afgevende en ontvangende partij.
  • Let op: bij controle dienen ook gegevens van de ouderdieren én grootouderdieren getoond te kunnen worden.  

Ingelogd als lid? Klik op het > symbool achter de wetgevingnaam voor de volledige tekst. Nog geen lid en benieuwd naar het volledige artikel en meer? Word dan lid van Aviornis!

Man:
Het mannetje is een kleine tot middelgrote pauwfazant van circa 50-55 cm lengte. Het verenkleed is overwegend bruin met een rijke iriserende glans op rug en vleugels. Op de bovenvleugeldekveren, rug en vooral de verlengde bovestaartdekveren bevinden zich talrijke ronde oogvlekken met een blauwgroene tot turkooizen metallic glans, zwart omrand. De kop en hals zijn grijsbruin met fijne donkere strepen; de keel is vuilwit. De borst en buik zijn bruin met lichte schubtekening. De staart is middellang en afgerond, eveneens versierd met iriserende oogvlekken die in balts opvallend worden uitgespreid. Rond het oog bevindt zich een kale huidzone, blauwachtig tot blauwgrijs van kleur. De snavel is hoornkleurig tot grijs, de poten zijn grijs tot vleeskleurig en dragen meestal twee sporen per poot, en de iris is donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje is kleiner en veel minder opvallend. Haar verenkleed is warmbruin tot kastanjebruin met fijne donkere bandering en lichte schubjes, waardoor een gecamoufleerd patroon ontstaat. De borst en buik zijn beige tot lichtbruin met donkere stippen. De staart is korter en slechts zwak gebandeerd, zonder iriserende oogvlekken. De ooghuid is aanwezig maar valer blauwgrijs. De snavel en poten zijn gelijk aan die van het mannetje, maar de poten missen de goed ontwikkelde dubbele sporen.

Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op het vrouwtje. Het verenkleed is overwegend bruin met fijne lichte en donkere vlekjes. De borst en buik zijn vuilwit tot beige met subtiele stippen. De staart is kort en zonder oogvlekken. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zeer donker. Jonge mannetjes beginnen na enkele maanden iriserende oogvlekken te ontwikkelen op rug en staart.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht geelbruin dons met donkere lengtestrepen over rug en kop, wat een doeltreffend camouflagepatroon biedt op de bosbodem. De onderzijde is bleekgeel tot crème. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Het kenmerkende verschil in verenkleed tussen de geslachten verschijnt pas na de eerste rui.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 192
  • Tijdschrift 221
  • Tijdschrift 251