Vogel
Groene kakelaar
Groene kakelaar
Phoeniculus purpureus
Log in om deze soort toe te voegenDe Groene kakelaar (synoniem: Groene woudhop of Groene boomhop) behoort tot het geslacht Phoeniculus binnen de familie van Boomhoppen (Phoeniculidae).
Deze kleurrijke vogel komt voor in grote delen van sub-Sahara Afrika, waar hij leeft in bossen, open houtlanden en soms in tuinen. Hij voedt zich vooral met insecten die hij van boomschors en de grond pikt. Sociaal en luidruchtig, leeft hij in groepen met ��n broedpaar en meerdere helpers die nest en jongen beschermen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Neushoornvogels (Bucerotiformes)
- Bird Family
- Boomhoppen (Phoeniculidae)
- Bird Genus
- Phoeniculus
Ringmaat
Man 6.5 mm Vrouw 6.5 mmWelzijnsadviezen
Boomhoppen
Boomhoppen zijn sociale, insectenetende vogels afkomstig uit Afrika, die leven in open bosgebieden en savannes. In de avicultuur hebben ze behoefte aan ruime volières met veel zit- en klimgelegenheden, beschutting en een warm, droog klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (8–12 m² per koppel, 2–3 m hoog) met takken, klimplanten en beschutting; droog, tochtvrij binnenverblijf aanwezig.
- Klimaat: warm en droog; temperatuur boven 18 °C; bij kou verwarming noodzakelijk; luchtvochtigheid 50–60%.
- Sociaal: leven in kleine familiegroepen; groepshuisvesting mogelijk bij voldoende ruimte; koppels apart tijdens broedperiode.
- Voeding: insectenrijk dieet (meelwormen, krekels, sprinkhanen, larven); aanvullen met fruit (bessen, banaan, appel); vers drink- en badwater.
- Overig: zand- of aardebodem voor natuurlijk foerageren; veilige nestkasten of holtes; rustige omgeving met natuurlijke inrichting.
Man:
De man heeft een glanzend groen verenkleed met een paarse tint op de vleugels. De kop en nek zijn donkerder met een subtiele blauwe glans. De borst en buik zijn iets lichter, met een meer matte afwerking. De vleugels hebben een opvallende iriserende glans, vooral in direct zonlicht. De snavel is lang, gebogen en zwart van kleur. De poten zijn donkergrijs met een gladde textuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder uitgesproken glans. De paarse tint op de vleugels is minder intens en meer verspreid. De kop en nek zijn iets lichter, met een subtiele groene glans. De borst en buik hebben een meer uniforme matte afwerking. De snavel is iets korter en ook zwart van kleur. De poten zijn donkergrijs, vergelijkbaar met die van de man. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met minder glans dan volwassen vogels. De groene tint is minder intens en meer bruinachtig. De vleugels vertonen een subtiele paarse gloed, maar minder uitgesproken. De borst en buik zijn vaalbruin met een matte afwerking. De snavel is korter en lichter van kleur, vaak grijsachtig. De poten zijn lichter grijs met een ruwe textuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens hebben een pluizig, bruin verenkleed zonder glans. De snavel is kort en lichtgrijs van kleur.