Vogel
Groenkoptrogon
Groenkoptrogon
Harpactes oreskios
Log in om deze soort toe te voegenDe Groenkoptrogon behoort tot het geslacht Harpactes binnen de familie van Trogons (Trogonidae).
De groenkoptrogon is een kleurrijke, standvogel die leeft in de onderste delen van laaglandbossen in Zuidoost-Azi�, waaronder delen van China, Myanmar, Thailand, Laos, Cambodja, het Maleisisch schiereiland, Sumatra, Java en Borneo. Een bewoner van dichte, tropische bossen, jaagt hij vanaf een vaste zitplaats op insecten en verbergt zich vaak tussen het bladerdek. In de broedtijd (januari�mei) holt het paar samen een nest uit in een dode boom en bekommert zich om hun jongen. Zowel mannetjes als vrouwtjes werken hierbij samen en het is een sobere, goed gecamoufleerde verschijning in zijn habitat.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Trogons (Trogoniformes)
- Bird Family
- Trogons (Trogonidae)
- Bird Genus
- Harpactes
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Trogons
Trogons zijn kleurrijke, boomlevende vogels uit tropische en subtropische bossen. Ze leven meestal solitair of in paren en brengen veel tijd zittend door in de boomkruinen, waar zij insecten en fruit verzamelen. In de avicultuur vragen Trogons om rustige, hoog ingerichte en dichtbeplante verblijven met een stabiel warm klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: hoog, dichtbeplant buitenverblijf (20–30 m² per koppel); volièrematen met hoogte ≥ 3 m; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, warm en tochtvrij.
- Klimaat: tropisch/subtropisch; temperatuur 20–28 °C; bij < 15 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%.
- Sociaal: solitair of per koppel; rustige soort; territoriaal rond nest tijdens broedperiode.
- Voeding: insecten en zacht fruit; universeelvoer als aanvulling; voer op verhoogde plekken aanbieden; altijd schoon water beschikbaar.
- Overig: nestkast of holte op hoogte; rustige ligging essentieel; dagelijkse hygiëne en goede ventilatie bevorderen welzijn en broedsucces.
Man:
De man heeft een opvallend felrood verenkleed op de borst en buik. De rug en vleugels zijn diep kastanjebruin met een subtiele glans. De kop is donkergrijs met een contrasterende zwarte oogstreep. De staartveren zijn lang en hebben een zwarte eindband. De snavel is helderblauw met een licht gebogen vorm. De poten zijn grijsblauw en slank. De iris is donkerbruin, omgeven door een dunne, lichte oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een meer gedempte oranje tint op de borst en buik. De rug en vleugels zijn olijfbruin met een matte afwerking. De kop is lichter grijs met een minder uitgesproken oogstreep. De staart is korter en heeft een minder duidelijke eindband. De snavel is doffer blauw en iets korter dan die van de man. De poten zijn grijs en iets robuuster. De iris is lichtbruin met een subtiele oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een vaalbruin verenkleed met een lichte oranje zweem op de borst. De rug en vleugels zijn donkerder bruin met een versleten uiterlijk. De kop is egaal bruin zonder duidelijke oogstreep. De staart is kort en heeft geen duidelijke bandering. De snavel is grijsblauw en nog niet volledig ontwikkeld. De poten zijn lichtgrijs en glad. De iris is donker met een nauwelijks zichtbare oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag. De snavel is klein en lichtgekleurd.